Het Calvinisme - pagina 88
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
84 macht,
de
academie voor schoone kunsten bezit kunstkracht, de
gilde beschikt over technisch vermogen, de trade-union over arbeidskracht,
dat
zij
en elk dezer kringen of corporatiën is er zich bewust van, op eigen terrein tot zelfstandig oordeelen bevoegd en tot
bekwaam
krachtig handelen
is.
Achter deze organische kringen met
intellectueele, aesthetische, of technische souvereiniteit, ontsluit zich
dan de kring van het huisgezin met zijn huwelijksrecht, huisvrede, recht van opvoeding en bezitsrecht, en ook in dezen kring is het natuurlijk hoofd zich bewust, zijn daarop rustend gezag uit te oefenen, niet omdat de Overheid het hem toestaat, maar omdat God het hem opdroeg. Het vaderlijk gezag wortelt in het levensbloed zelf en is geproclameerd in het vijfde gebod. En ten slotte opgemerkt, dat ook het locale samenleven in steden en dorpen zij een levenskring formeert, die uit de noodzakelijkheid zelve van het leven opkomt, en daarom autonoom in eigen boezem moet zijn. In velerlei onderscheiding zien we alzoo de souvereiniteit in eigen kring zich doen gelden, 1^. in de persoonlijke sfeer door de souvereiniteit
van het genie en de persoonlijke meerderheid,
2. in
de corporatieve sfeer der universiteiten, gilden, genootschappen enz., 3^. in den domestieken kring van het gezin en huwelijksleven, 4. in de gemeentelijke autonomie. In alle vier deze sferen nu heeft de Overheid niet eigenmachtig haar ordonnantiën op te leggen,
maar de ingeschapen levenswet
te eerbiedigen.
God
heerscht in die
sferen even vrijmachtig als Hij in den staatskring door de Overheid
heerschappij voert.
Gebonden door haar eigen
lastbrief,
mag
alzoo
waaronder deze sferen staan,
de Overheid den Goddelijken lastbrief, niet ignoreeren, noch wijzigen, noch verscheuren.
De Overheidsde gratie Gods gaat hier, om Gods wil, voor een andere souvereiniteit van even Goddelijken oorsprong uit den weg. Noch het wetenschappelijk leven, noch het kunstleven, noch de landbouw, noch de nijverheid, noch de handel, noch de scheepvaart, noch het huisgezin, noch het familieleven, noch het gemeentelijk leven mag gedwongen worden zich naar de gratie der Overheid te
souvereiniteit
voegen.
De
bij
Staat
mag geen woekerplant
zijn,
die alle leven opslorpt.
wortel heeft ze te midden van de andere stammen haar Op plaats in het woud in te nemen, en alzoo alle leven dat zelfstandig opschiet, in zijn heilige autonomie te mainteneeren.
eigen
Beduidt dit dat de Overheid elk recht van inmenging in deze autonome levenssferen derft? Allerminst. Harer is en blijft de drie-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's