De overheid - pagina 184
LOCUS DE MAGISTRATU.
166
De
volkomen overheid. steeds
de oplossing
;
overheid
is
de
en
beginselen zijn aanwezig, maar ze ontwikkelen zich
de onderdaan
eindelijk, dat alles geïdentifieerd wordt,
is
overheid
Het gezag
onderdaan.
is
dan alleen
ligt
de
in
waar de mensch het Zoo wordt alle gezag vernietigd en is het slechts een bewuste daad, opricht. In die voortvloeit, niet uit de substantie Gods, maar uit Zijn bewustzijn. Hegel was God God geworden in den kop van Hegel was God zich bewust, dat Hij God was en de Overhoogheid bezat. Bij Hegel is overheid gelijk aan van
zelferkenning
den
mensch,
het wordt geboren,
en
;
onderdaan, evenals Er
dat wit zwart
leert,
hij
is
dus niets over, dan dat gezag zich
blijft
op de erkenning van den mensch
in
en licht duisternis.
den mensch
Werkelijk
zelf.
dus
is
zelf opricht,
rustende
gezag door het
alle
Pantheïsme vernietigd.
Het Pantheïsme heeft daarvoor absoluten
men
Vraagt
maar ook
staat,"
in
de plaats zoeken te stellen „den mystieken
geeft
dit
niets
den Pantheïst „waar
toch
en
komt op
het
dan die
is
staat ?"
woord, dat men dat aan de philosophie moet vragen.
moeten we dus hierop bewust wien
is,
zich
philosophische
Noch met
ontwikkeld
meest
Alleen,
uit gaat.
persoon
waar
heeft, dit
in
hetzelfde neer. luidt het ant-
Dat weet Hegel. Altoos
wien de werdende Gott zich de eigenlijke persoon
is,
van
aldus erkend wordt, bloeien zulke
stelsels.
het
Deïsme,
met het Pantheïsme
noch
is
dus
iets te
vorderen.
Het Theïsme.
C.
De
uitoefening van het gezag
die
bij
het
gezag
alle
letten, dat die
dan
die
belijdenis,
(tegenover
het
zegt,
Pantheïsme)
;
is
alleen te vinden volgens de Theïstische
God
en de wereld niet één, maar twee
en
ten
andere
twee elkaar vreemde sferen naast elkander in die
Het
lijn
dat
dat niet de wereld en
God
en
zijn
ais
maar dat God immanent
staan,
wereld werkt, (tegenover het Deïsme), is
de belijdenis der transcendentie tegenover het Pantheïsme, en der imma-
nentie tegenover het Deïsme, waardoor het Theïsme zich in ons menschelijk bewust-
God
poneert.
zijn
niet in
transcendent tegenover het Pantheïsme, want Hij verzinkt
de wereld, maar
het Deïsme,
want
is
Hij laat
een andere dan de wereld
de wereld
niet
aan zich
;
God immanent tegenover
zelf over,
ze van oogenblik tot oogenblik met Goddelijke kracht. eerst sprake
Op
maar doordringt
dit
standpunt
is er
van overhoogheid van den transcendenten God en van een door
Hem uit
geschapen kosmos als Zijn onderdaan. Volgt dit uit de transcendentie, Gods immanentie volgt, dat hij machtig is ook rechtstreeks, zonder midde-
macht en autoriteit in de wereld te handhaven. Denken we dan alle menschelijke overheid en alle op aarde ingesteld gezag weg, dan zou God de Heere daarom niet minder Zijn regiment over geheel
len zijn gezag,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's