De engelen Gods - pagina 228
KARAKTER VAN SATANS VAL.
224
dit
alles
dan
ook
De zonde "als
juist saam.
haar aard en
in
zinlijk
in
zinlijk
van oorsprong, moet
haar hoofdtrek wezen.
vleesch schuilt dan de gevoeligste verleiding. is
En
als-
In het
het vleesch te dooden
op dit standpunt de kern der heiligmaking. Stemt ge daarentegen toe, dat dit niet kan; dat er reeds zonde engelenw^ereld
de
hoofde
dien
uit
engelen
de
ze in het Paradijs
eer
oorsprong der zonde niet
de
dat
zoeken
te
noch
engelen
bestond,
en
is;
is
hebben
vleesch
het
kwam; ons,
bij
voor u buiten
maar
twijfel,
noch uit het vleesch werken kunnen,
dan, het spreekt vanzelf, ligt geheel deze beschouwing omver.
is
het
Dan
uitgemaakt, dat de oorsprong der zonde buiten
hiermede dat
;
bij
dat de
—
vleesch ligt
oorsprong
die
in
erkent ge
niet anders
dan op
geestelijk
alle
gebied
kan of mag gezocht worden en dat derhalve niet de geestelijke zonden uit het vleesch, maar omgekeerd de vleesch elijke zonden uit den geest opkomen; en, in verband hiermee, een mensch, die het vleesch er ;
onder in
desniettegenstaande
houdt,
een
geest,
zijn
Niet
de wellust,
maar de
de kern, en ge verstaat
uw
zijn
e)i
dat die gruwelen
God,
van groote overtredingy David, die op
rein
nameloos diep
zoo
gebied
vleeschelijk zijn
trots en hoovaardij is dan van alle zonde wat de Psalmist beleed en afsmeekte: »Houd
terug van trot)>chheden; laat die over mij niet heerschen;
knecht
dan zal ik oprecht
in
zonde
en
van
zich
alle
zijn
beleed het hiermee voor
hun diepsten wortel hadden hart.
zijden, dat het punt,
gelegen was in de afhankelijkJieid van
uitbrak,
God,
zijn
het
bevestigt
viel,
zijns levens
den trots en in de hoovaardij van
Zoo
God
een schrikkelijk zondaar voor
duivel in menschengedaante kan zijn.
geestelijke
in
anders. Iets wat
niets
omdat het ons de wezenloosheid, of wilt
daarom
te
waarop de van
het creatuur
opmerkelijker
is,
ge, de onwezenlijkheid der
zonde en haar louter oritkennend bestaan, als een gemis, een berooving, een ontstentenis van het ware en goede, te helderder beseffen doet. Dit verstaat ge toch wel, dat een engel, of ook een mensch, wat
ook
aan
God
zijn
ontleende, aan Godzelven niet ontleenen kon het
Alle goede gave en volmaakte gifte
van af/uüdcelijkheid.
besef
ons afdalende van den Vader der lichten, en er
van
liefde
het
is
wel
luidt,
zin,
uit
of
heiligheid,
God,
uit
de
u
dat
toekomt. fontein
Het van
dinffen doet toekomen.
komt »de
het u toe liefde
;
van
is
is
tot
nooit een snaar
deernis of edeler zin in
uw
borst, of
wat schoon is en God, die als de Goede in volmaakten goed, die in Hem welt, u deze goede
is
uw
alle
Al dat goede in
trilt
dit goede, dit lieflijke, al
is
dus eerst in God, en uit
juist zooals de heilige apostel
aitgedort
hij
uw
Hem
Paulus verklaart, dat
harten door den Heiligen Geest, die u
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's