Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 76

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 76

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE

72

zaamheid verbonden,

niet

om

der

straffe

wil alleen,

maar

in

de

consciëntie.

Hoe nu de Overheid wordt

ingesteld en in

wat vorm ze optreedt, aan dit wezen

Calvijn heeft het uitdrukkelijk verklaard, verandert

van het Overheidsgezag niets. Voor zichzelf, het is bekend, gaf hij aan de republiek de voorkeur en gevoelde voor het ideëele recht der monarchie, als ware dit de eeniglijk van God gewilde regeeringsvorm, niets. Dit was wel zoo, buiten zonde. Dan toch ware God zelf aller eenige Koning gebleven, iets wat terugkeert in de heerlijkheid die komt, als het eens weer God alles in allen zal zijn. Gods eigen rechtstreeksch regiment is, dit duldt onder monotheïsten geen tegenspraak, volstrekt monarchaal. Maar voor de mechanische gezagsinstelling, die thans om der zonde wil in ons leven is ingeschoven, achtte Calvijn, juist om het gevaar dat de zonde met zich bracht 14 „De behoudenis is in de veelheid (met beroep op Spreuk. XI der raadslieden") een verdeeling van het gezag over meerdere personen, d. i. een republiek, in den regel verkieslijk. Toch kon dit in zijn stelsel slechts een gradueel verschil van practische voortreffelijkheid, nooit een principieel onderscheid voor het wezen van :

:

de Overheid uitmaken. Monarchie, aristocratie en democratie zijn alle drie voor hem denkbare en bruikbare vormen, mits maar bij elk dezer drie onveranderlijk aan het alles beheerschend grondbeginsel worde vastgehouden, dat het gezag over menschen aan niemand op aarde toekomt, tenzij het op hem gelegd zij bij de gratie Gods, en alzoo niet de mensch, maar God zelf ons tot gehoorzaamheid kome verplichten.

De vraag, hoe de aanwijzing geschiedt van de personen, Godswege met het Overheidsgezag bekleed zullen worden, is Calvijn noch voor alle volken noch voor alle tijden te

beantwoorden. Toch aarzelt

hij

niet, in

^)

Waar

van

volgens

gelijke wijze

ideëelen zin uit te spreken,

dat de meest begeerlijke toestand dan aanwezig eigen overheden kiest.

op

die

is,

als het volk zijn

die toestand bestaat, acht hij dat het

volk hierin dankbaar een gunste

Gods

heeft te erkennen, juist zooals

meer dan ééne van uwe Constitutiën in den aanhef is uitgedrukt: „Grateful to Almighty God, that He gave us the power

het door

')

Calv. Opera. Ed. Schippers. Tom 1. p. 321. Haec maxime optabilis est non cogi ad parendum quibuslibet, qui per vim impositi fuerunt capitibus

libertas,

nostris,

sed electionem permitti ut

nemo dominetur,

nisi qui

probatus

fuerit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 76

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's