"Ons program" - pagina 175
159
DECENTRALISATIE.
departement,
Dusdoende kreeg men dan ook geen provincie, maar een w.
d.
een afdeeling, een
z.
zweem van
zonder
dat,
erf,
een brokstuk van het ééne en ondeelbare
ruit,
zelfstandigheid, eenvoudig als middel ter „ver-
gemakkelijking van het landsbestuur" recht van bestaan had.
En toen nu ook
departementen voor rechtstreeksch bestuur nog
die
bleken,
weer eens
in onderdeelen,
ook die communes nog
en
splitsen;
Zoo had men
wezen,
(communes);
„afrondingen"
en
het individu „mensch."
i.
deelde
ook
zich
desnoods
nogmaals
afdeelingen
die
dan
splitste
geheel
soms
in
het recht voor-
natuurlijk
indeeling
die
„af-
„onder-
in
nog
onderdeelen
die
daarbij
uitvallen, of ook
doen
wel anders te
of
fen,
eindelijk in dat laatste onderdeel als een-
d.
(arrondissementen);
om morgen
behoudend,
arrondissemen-
in
dus eerst een stuk aardbol, versneed dat bolle erf in
(departementen);
deelingen" deelen"
die
communes nog weer
vond dan
heid, het „ondeelbare"
verknippingssysteem nog eens
te groot bleken, het
om
ten derden male toe, te
men op dezelfde manier het departement nog die men communes noemde. En paste, waar
verknipte
uitgebreid
ten
te
weer af
nog verder voort
te schafte zetten,
naar gelang de lasthebber van de meerderheid der inviduen het mocht
al
willen.
Het eenige waarop men hooge
bergrug of een
moesten
vallen,
bij
breede
men
vond
die indeeling
dan nog soms
Want nu
rivier.
lette,
was een
er toch ergens grenslijnen
de controle der ambtenaars die berg- en
voor
waterlijnen het geschiktst.
In
stelsel
dit
heeft de indeeling van een land dus geen andere oorzaak,
dan dat het land
tenaien
te
orde
om
is,
opeens, in zijn geheel, gelijk het daar
naar het te
vinden
geweest,
had kunnen houden,
„verdeel
blijven,
stukken,
als
en
Was
met reusachtig
dat
er een geslacht
amb-
talent het geheel ineens
dan zou dit verre de voorkeur hebben ver-
Maar nu dat slag wónder-ambtenaren
diend.
in
groot
naar behooren geadministreerd te worden.
hgt,
op
te
heersch",
het
bestond,
niet
land wel „klein
moest men,
maken" om
er heer
en splitste het dus in zoo groote deelen en zoo kleine brok-
gevoegelyk
door
eenzelfde
stel
ambtenaren kon
verzorgd
worden.
§ 111.
Hieruit
Neig-ingr tot centralisatie.
vloeit
stuurshandelingen
voort,
dat
zullen
land opeens kan doen streek van het groote
er
zijn; ;
b.
erf
naar a.
de
systema
dit
drieërlei
zoodanige die
dezulke
die
opeens kan
men
men
soort van be-
voor
hoogstens
waarnemen; en
c.
heel het voor een de kleinere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's