Het Calvinisme - pagina 82
78
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
de eeuwige beginselen van het Recht beantwoordt, maar omdat zij wet is. Stelt ze morgen vlak het tegenovergestelde vast, zoo zal ook dit recht wezen. En de vrucht van deze doodende theorie is dan ook dat het rechtsbesef wordt afgestompt, dat elke rechtsvastheid uit de gemoederen wijkt, en dat alle hoogere geestdrift gebluscht wordt. Wat is is goed, omdat het is, en niet een God die ons schiep en kent en die zelf hoog boven alle Staatsmacht uitgaat, maar de gedurig wisselende wil van den Staat, die niemand boven zich heeft, en daardoor feitelijk zelf God wordt, beslist hoe ons leven zal zijn. En als ge nu bedenkt, dat deze mystieke Staat alleen door menschen tot wilsuiting komt, en alleen door menschen zijn wil doorzet en handhaaft, behoeft het dan nog betoog, dat ook deze Staatssouvereiniteit de onderwerping van den mensch aan den mensch niet te boven komt en niet kan opklimmen tot een plicht der gehoorzaamheid, die zijn klem vindt in de consciëntie? Zoowel tegenover de Volkssouvereiniteit der Encyclopaedisten, als tegenover de Staatssouvereiniteit der Duitsche Pantheïsten, handhaaf ik daarom hoog de souvereiniteit Gods, die als bron van alle gezag onder menschen door het Calvinisme geproclameerd is. Het Calvinisme
handhaaft
het hoogste en het beste in onze aspiratiën
door alle mensch en alle volk voor het aanschijn van onzen Vader in de hemelen te plaatsen. Het Calvinisme rekent met het feit der zonde, dat men eerst weggegoocheld heeft, en nu in zijn pessimistische buitensporigheden als het wezen van ons aanzijn begroet. Het onderscheidt tusschen de natuurlijke ineenschakeling van onze organische samenleving, en het mechanisch verband dat het overheidsgezag ons aanlegt. Het maakt het zwichten voor het gezag licht, omdat het in elk gezag ons den eisch van de souvereiniteit Gods doet eerbiedigen. Het verheft ons van een gehoorzaamheid uit vreeze voor den sterken arm, tot een gehoorzaamheid om der consciëntie wil. Het leert ons van de bestaande wet opzien tot de bron van het eeuwig Recht in God, en stort ons den onverwinbaren moed in, om rusteloos tegen het onrecht, ook van de wet, in naam van dat hoogste Recht te protesteeren. En hoe machtig ook de Staat uitbreke en de vrije persoonlijke ontwikkeling in gedrang brenge,
boven dien machtigen Staat schittert voor ons zielsoog steeds als nog oneindig machtiger de majesteit van den Koning der koningen, bij wiens vierschaar steeds het recht van appèl voor eiken verdrukte openstaat, en tot wien steeds ons gebed blijft opgaan, of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's