De overheid - pagina 338
LOCUS DE MaGISTRATU.
320
waartoe ze geen recht
iets,
de wet
lering
te doen,
wat tegen
om
10.
den
handen
in
zijn 2o.
iets
onderdaanschap van den Hoogsten Koning
zijn
Uit dien hoofde rust
druischt.
ook binnen den haar toegewezen
heeft, of
op eene wijze, die den onderdaan dwingen zou
stelt
in-
op den onderdaan de verpMchting
teugel, dien hij in zijne constifutioneele rechten en vrijheden
heeft, niet slap te laten
om de werkingen van om voor zooverre zij
handhaving hem
hangen,
maar er steeds op bedacht te
dien teugel juister en vollediger te maken.
gequalificeerd zijn de rechten, waarvan de
toevertrouwd, met alle ter beschikking staande mid-
is
delen te verdedigen.
om
30.
in lijdelijk verzet
gehoorzaamheid
ie
waar de Over-
weigeren,
heid iets gebiedt, dat tegen de gehoorzaamheid, die wij aan
God
ver-
schuldigd zijn ingaat.
Toelichting.
we
bespreken
Allereerst
I.
de
twee woorden
zijn
metterdaad
we
deze uitdrukking komen
en
in
de korte saamvoeging dier
elementen aangegeven, waaruit de
al
geweest,
onopzettelijk
en
er
van droit
divin,
majesteit,
wordt
dan hij
men de
dat
uitdrukking
krijgt in
de koning
niets
Gods
dienaresse
divin voor in de plaats heeft gesteld,
droit
juiste
Door
dadelijk tot eene heel andere opvatting,
spreken van droit divin of ius divinum van den koning.
te
glippen
alle
is,
voortvloeit van de verhouding van het volk tot de Overheid.
bepaling
door
„dienaresse Gods", eene
uitdrukking
uitdrukking, die in juistheid onovertroffen
Het
is
dan niet
heeft laten
want spreekt men
dan eene kroon,
eer,
macht en
de hoogte geheven en wordt er van den koning een
Met „droit divin" wordt er geen syllabe melding gemaakt van des konings onderworpenheid, van zijne onderdanigheid, van zijne gebondenheid, van zijn beperktheid, kortom van zijnen status servi, waarin exceptioneele persoon gemaakt.
hij
God
tegenover
geworden
staat.
Feitelijk is in
de kringen, waar droit divin Schlagwort
de bedoeling veelal deze geweest, dat de koning van het land
is,
God was, en dat wel alleen, omdat hij koning was en dat aan God alleen daarin moest betoonen, dat hij de kerk beschermde, steunde en vooral aan geld hielp. Op deze wijze zijn er twee kanten der zaak. De koning wordt in zijn koninklijke macht als een soort in
zijn
hij
nu
eigen land zijn
goddelijke
eerbied
persoon
vroomheid en en
beschermt.
beschouwd,
maar deze goddelijke persoon betoont
Christelijk karakter daarin, dat
Natuurlijk
geschiedt
dit
hij
laatste
de kerk van altoos
naar
zijn 's
zijn
land helpt
konings eigen
Vandaar komt het dan ook, dat Lodewijk XIV, de incarnatie van die valsche opvatting van de leer der Schrift, als een tyran der tyrannen in opvatting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's