Het Calvinisme - pagina 81
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
77
niemand heugenis heeft, gesloten contrat social. De uitkomst toonde dan ook hoe Nederlands opstand, Engelands „glorious revolution", en uw opstand tegen Engeland de vrijheid in eere brachten, terwijl de Fransche revolutie tot geen ander resultaat leidde dan dat de vrijheid gekluisterd werd in de boeien van Staatsalmacht. Metterdaad geen land kende ooit droever staatshistorie dan Frankrijk in onze 19de eeuw.
Met dien waan der op
fictie
het geleerde Duitschland dan
gebroken.
gegronde Volkssouvereiniteit heeft
ook reeds sinds De Savigny en Niebuhr
De door hen
gestichte Historische school heeft de van 1789 op de kaak gesteld. Elk kenner der Historie lacht er thans om. Alleen maar wat men er voor in plaats stelde, bracht ons nog verder van de wijs. Niet volkssouvereiniteit, neen Sfaatssouvereinifeit zou het nu zijn, een product van Duitschlands philosophisch pantheïsme. In de realiteit belichamen zich ideeën, en onder alle de verbindingen van mensch en mensch was de Staatsidee de hoogste, de rijkste, de volkomenste. Zoo werd de Staat een mystiek begrip. De Staat was een geheimzinnig wezen, met een schuilend ik, met een zich ontwikkelend Siaaisbewustzijn, met een zich sterkenden Staatsiv//, door een langzaam proces zich bewegende naar een hoogste Siaaisdoel. Het volk werd alzoo niet gelijk bij Rousseau, genomen als de optelsom der individuen. Zeer terecht zag men het in; een volk is geen aggregaat, maar een organisch geheel. Dat organisme nu had zijn organische geledingen. Die kwamen historisch allengs uit. Door deze organen werkt de Staatswil, en voor dien Staatswil had alles te bukken. aprioristische
fictie
Deze Staatswil was oppermachtig, was souverein. Die souvereine Staatswil kon zich in een republiek, kon zich in een koningschap, kon zich in een Caesar, kon zich in een Aziatisch despoot, kon zich in een tirannie als van Philips van Spanje, of in een
Napoleon
Dat
waren
dictator
vormen waarin de ééne Staatsidee zich belichaamde, stadiën van doorgang in het nooit eindigend proces. Maar in wat vorm dit mystieke wezen van den Staat zich ook openbaarde, de idee bleef oppermachtig, de Staat als
deed
zijn
uiten.
alles
slechts
souvereiniteit kortweg gelden, en te zwichten voor deze
Staatsapotheose bleef de steen der wijzen voor elk
Staats//üf.
— Zoo
God, waartoe de verdrukte zich geen ander recht dan het immanente recht, dat in de wet beschreven werd. De wet is recht, niet omdat haar inhoud aan vervalt
transcendent
elk
opheft. Er
is
recht
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's