Het Calvinisme - pagina 47
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
43
de uitverkiezing u onmiddellijk met van het eeuwige licht u rechtstreeks uit God in de ziel doet vallen, tot de religie in absoluten zin gemaakt wordt tot een zucht van het hart. tusschengestalte
alle
God
verbindt
en
brengt
mij
Dit
de
wegvalt,
de
straal
vanzelf
tot
derde
het
religieuse
vraagstuk:
Is
beheerschend en alles omvattend, ze wel partieel worden gesteld, door wie het doel der religie in den mensch zoekt, of ook de religieuse tusschenpersonen laat optreden. Dan toch beperkt de mensch de religie, consequent en logisch, tot dat deel van het leven, waarin hij er behoefte aan heeft, en tot die gevallen waarin de tusschenpersoon te zijner beschikking is. In of is ze alles
religie partieel,
universeel in volstrekten zin ?
drieërlei
opzicht
komt
En dan moet
dit partieel
karakter dier religie uit; in het
orgaan waardoor, in de sfeer waarin, en in de groep van personen waaronder de religie bloeien zal. Van de eerste beperking levert de strijd van den dag het sprekend voorbeeld. De religie moet, zoo willen het de wijzen onzer eeuw, 's menschen verstandelijk orgaan ongebruikt laten, en tot uiting komen, hetzij uitsluitend door het mystiek gevoel, hetzij eeniglijk door den practischen wil. Mystieke en ethische neigingen wil men op religieus gebied toelaten, maar het intellect moet op religieus gebied religieus
worden gemuilband. Metaphysica en dogmatiek gelden contrabande, in het agnosticisme wordt heil gezocht.
des geldt
gevoels
is
de vaart
als keursteen
physica
wordt
axiomatisch
als
om
tolvrij
goud moeras geschuwd,
dogma
als
het
ontsloten,
het echte
irreligieuse
te
al
meer
de stroomen ethisch-werkzame
proeven, maar de meta-
wat zweemt naar
een contrabande afgewezen. En al al
men zelf eert als religieus „God zult liefhebben, niet uw kracht, maar ook met heel uw
heeft diezelfde Christus, dien
genie,
zoo
beslist
alleen
heel
uw
toch
gezegd,
hart en heel
men
dat ge
om
als
Op
nog met
verstand,"
op met heel ons wezen, partieel uit gevoel of wil alleen, zal de religie opkomen, en ten gevolge hiervan tevens de sfeer partieel zijn, waarin ze werkt. De godsdienst wordt gesloten buiten de wetenschap, buiten het erf des publieken levens, en verwezen naar de binnenkamer, naar de bidcel, naar de intimiteit van het hart. Kant beperkte haar durft
nonactiviteit
te
het aan,
stellen.
—
het verstand als religieus orgaan
Niet
universeel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's