Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 116
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
„WEEXT
108
x'iET oat;r mij."
strumenten, die deden wat hun bevolen werd. Maar die ook zoo toch de vreeselij ke schuld op zich laadden van de hand te hebben geslagen aan den Heilige Grods. Hoe ontzettend zou niet eens eeuwiglij k hun berouw in de plaats der rampzaligheid zijn. En Jezus peilt dat vreeselij ke in hun eeuwige toekomst, en over een leed, dat zij zelven nog niet gissen, waakt in zijn hart gevoelige deernis op. En Jezus bidt voor die onzalige handlangers van het onrecht: Vader, vergeef liet hun, icant ze weien niet ivat ze doen.
En zeg nu niet, dat dit hooge gevoel van Jezus pas opwaakte, toen de dood hem reeds halverwege aan het leven onttrok. Immers op den weg naar Golgotha ontwaart ge bij uw Heiland geheel die zelfde deernis der deelnemende liefde. Er waren vrouwen op den weg die, de poorte uit, met Jezus meêliej)en op den droeven tocht naar Grolgotha. Trouwen uit het volk, zooals ge ze bij elke terechtstelling meêen aan ziet loopen. Nieuwsgierig van aard. Gevoelig van natuur. En juist in zulk een terechtstelling den prikkel zoekend waarmee al wat aangrijpt en ontzet, het uitwendig gevoel aandoet. Trouwen, die spoedig een traan in het oog kregen, en er toch genot in smaakten om door dien traan in het oog heen het sterven van een gekruisten mensch aan te zien. Het voordeel en het oordeel van wat oppervlakkig drijft op sentiment. Tranen waarin niets dan natuurwerking sprak, zonder diepte, zonder heiliger medegevoel. Maar ook al moogt ge het weenen van die vrouwen op den weg niet hooger aanslaan, toch verzoent het u nog met de menschelijke natuur, dat er niet e;«/.'e/ gespot, en gesmaad, en duivelsch om Jezus' lijden gelachen wordt, maar dat er onder die joelende, woelende schare toch ook nog wezens zijn, die, al is het dan ook stuitend oppervlakkig, toch iets van Jezus' lijden medegevoelen, en een traan om hem in het oog voelen komen. En dankt nu Jezus die vrouwen voor dat weenen van heur oog, of spreekt hij ook maar één Avoord om anderer deernis evenzeer gaande
te
maken
r
Niets, niets er van.
Teeleer wijst Jezus die tranen, geschreid om zijn lijden af, en roept het aan die vrouwen toe: Weent niet over mij, maar weent
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's