De engelen Gods - pagina 34
HULDE
30
of volgens onze kerkpractijk aan de Engelen niet
bekonuueren,
niet
BIJ BN'GELEXVERSCHTJNIXG.
denken; maar het
heel iets anders, of wij onze hemelsche niedecrea-
is
met ons onzen God tnoyie/i we elkander en onszelven opwekken om zeker
ofwel
turen toeroepen, dat ze
verheerlijken,
dat
eerbetoon, op
min
te brengen aan die Encielen zelren. meer godsdienstige kunnen en mogen aan de Engelen pogen te denken; we kunnen ons hun heiligheid ten voorbeeld stellen, gelijk de Christus dit in het Onze Vader doet; we kunnen ons gelukkig rekenen in de wetenschap dat ook zij gebezigd worden om ons heil te bedienen; maar dit alles heeft nog niets gemeen met een opzettelijk en plechtig eerbetoon, dat
wijze,
of
toe
We
mengen zou
zich
maar
zijn
onze
in
vereering eu dat niet God,
godsdienstige
creatuurlijke engelen bedoelen zou.
Thans nog een kort woord over het vraagstuk zelf van den BeschermHet geloof aan zulk een Beschermengel, die den niensch zou
engel.
toegewezen,
zijn
is
tamelijk algemeen, niet alleen onder de l'hristenen,
maar ook buiten de gedoopte wereld. Reeds de Heidenen koesterden vanouds zulke denkbeelden, en de Mohammedanen stellen zich nog voor, dat elk meusch begeleid wordt door een ffoeden en een kAvaden Engel.
Ook Origenes verbeeldde
en een
kwade Engel
schen
gelooven
zich, dat een
ter linkerzijde
eveneens
hem
goede Engel ter rechter-
steeds
begeleidde.
aan het ons toegevoegd
zijn
De Room-
van zulk een
Beschermengel, En wel verre, dat alle Protestanten dit geloof zouden verworpen hebben, houdt nog heden ten dage deels ook in de Lutliersche kerk ditzelfde geloof stand ja zijn er niet weinigen ook onder ;
de
uitstekendste
de
Schrift
formeerde
Gereformeerde theologen geAveest, die op grond van
dit geloof
theologen
Alleen maakten onze Gere-
gewettigd achtten.
dan
de
nadere bepaling, dat zulks alleen gold
van de uitverkorenen, en niet van een iegelijk menseh, We behoeven onder onze Gereformeerde theologen slechts de namen van Hiëronymus Zanchius,
doen
zien,
Andreas
Rivetus en Maccovius
formeerde godgeleerden verdedigers van in zijn
Tractatus de Angdis Op.
schijnlijk
te
noemen,
om
terstond te
dat het geloof in Beschermengelen ook onder onze Gere-
en
uitverkorene,
Tom. 3
naam p.
vond. Zanchiüs schrijft
1 p.
142
:
»Het
is
waar-
overeenkomstig de Heilige Schrift, dat aan een iegelijk reeds van zijn geboorte af, een bepaalde en bijzondere
Engel is toegewezen". Maccovius, van de Synode te Dordrecht ook aan onze lezers wel bekend, schreef in zijn Lod Communes c. 40 eu 4: »Wij zijn
belijden,
dood
een
dat
aan
eigen
en
een
uitverkorene
bijzondere Engel
van is
zijn
geboorte tot aan
toegewezen."
zegt in ziJB Catholicus Orthodo.ms (Op. H. p. 250):
» Het is
En Rivet echter niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's