De engelen Gods - pagina 272
DE STKIJD DRU ENGELEN.
268
En
is nu tegenover deze dwaling, dat de kerk van Christus steeds en ernst het tweeërlei stadium van ons eeuwig lot heeft klem met
het
onderscheiden
eerst een bestaan alleen imn de
:
tot
ziel^
en daD in de tweede plaats een weer bestaan in alzoo het ingaan van de volle heerlijkheid.
making van de
van
ziel
het
mag
gelijksoortigs bezit,
lichaam
in
op het oordeel, en
ziel en licJiaam^
In zooverre nu deze los-
den
slaap
ten
deele
iets
hier voor dat eerste stadium zeer zeker aan
den slaap gedacht worden.
Maar wat
niet
mag, en wat met Calvijn
al onze Gereformeerde theologen dan ook steeds ten ernstigste bestreden
hebben,
is
de voorstelling, alsof in dit eerste stadium van voorloopige de
zaligheid
onhewnstlmd
in
ziel
zou
verzinken,
onaandoenlijk
voortsluimeren, en buiten ervaring, genieting en actie zou deele
ten
dit,
liggen
er
in
althans,
den
den
in
en
slaap,
zoo
slaap
ook
in
ons
geven
is,
zijn.
Ave toe,
droomwezen, nog
geheimnissen, die elk te stout spreken hier ontraden.
Maar
zou
Dat
ook
al
allerlei
in elk
geval, in den slaap moeten ook de geestelijke vermogens uitrusten, eu dit uitrusten eischt ontslag van arbeid, en daarvoor is indommeling
In den dood daarentegen dommelt de ziel maar door het sterven ontwaakt de verloste ziel veeleer tot nooit o-ekende helderheid, om haar God en haar Heiland te aanschouwen
van den geest onmisbaar. niet
in
in,
»Ik heb beo-eerte
het eeuwise licht.
met Christus
En
zoo nu
toch ontstaat
om ontbonden
te
worden, en
te zijn."
komen we
vanzelf
oj)
voor de engelen
er
den
stiijd
der engelen terug.
Nu
en voor de afgestorven zielen een
geheel gelijksoortige vraag, de vraag namelijk, hoe een redelijk schepsel,
zonder lichaam, en enkel in de
aandoeningen
kan
ontvangen,
ziel
of in den geest bestaande, toch
ervaringen
hebben, bewust kan
kan
bestaan, en kracht van zich kan doen uitgaan. Hierop toch en op niets
anders
komt
heel het vraagstuk van
den
der engelen neer. Zij bestaan alleen in den
den dood
de
alleen in
ziel bestaat.
engel of mensch, die alleen in bewustzijn, ontvangt
hij
strijd,
geeet^
van het
krijg voeren
gelijk de verloste
Heeft nu een persoon, hy
zij
na
dan
de ziel of in den geest bestaat, geen
geen aandoeningen, en kan
hij
zich niet uiten,
ook voor een engel geen strijd denkbaar. Staat de zaak daarentegen zoo, dat hy in helder bewustzijn verkeert, wél deze aandoeningen en indrukken kan ontvangen, en wel waarlijk zich krachtig dan
is
er
uiten kan, dan
is
hiermede ook
een anderen engel strijd
Nu
geeft elk
alhoewel
hij
te
alles
gegeven,
xcat een
engel
om
tegen
voeren noodig heeft.
onzer van harte toe, dat een verloste na zijn dood,
alleen
beschikking heeft,
in de ziel voortbestaat, en
geen lichaam tot
zijn
nochtans wel terdege van zichzelven afweet, weet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's