Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 114
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
Soms schijnt het wel anders. Indien namelijk eigen leed en anderer leed één in soort en gelijk van aard is. Als er twee van het slagveld worden weggedragen, aan wie beiden een been moet worden afgezet, zullen ze zelfs sterk neigen, om in elkanders lot en leed te deelen. Maar hier bedriegt de schijn, want zulk deelen in anderer leed bedoelt slechts in anderer leed het bezig zijn met eigen leed te rechtvaardigen. Zondert ge dan ook al zulke uitzondering uit, en neemt ge een lijder waar, die het hard te verduren heeft, en in wiens nabijheid ook anderen lijden, dan zult ge het egoïsme van de smart zich zelf zien heiligen, en aan alles merken, hoe de lijder, soms zelfs ten koste van anderer leedverzachting, deernis vraagt met eigen leed. En springt het verschil sterk in het oog, dat eigen leed werkelijk veel banger en harder is, dan het veel minder leed dat anderen dragen, dan slaat het gemis aan deelnemende liefde niet zelden in een gevoel van gekrenktheid en verontwaardiging over, indien niet een ieder, zoo niet ook die mindere lijder zelf, schier eeniglijk met óns leed vervuld is en óns zijn deernis gunt.
Maar zie nu uw Heiland. Zie hem, wien zoo met volkomen recht het Avoord uit de Klaagliederen op de lippen is gelegd: „Grij die op den weg voorbijgaat, schouwt het aan en ziet, of er een smart is gelijk mijne smart." Nooit en nergens heeft het wicht van smart en wee, van grieving en van lijden zwaarder op eenig menschelijk hart gedrukt, dan op hem toen de beker, die niet kon voorbijgaan, door uw Jezus moest worden uitgedronken. Niet omdat de lichamelijke foltering het pijnlijkst was, want door alle eeuw heeft gedrochtelij ke wreedheid den mensch weten ter dood te martelen op veel afgrijselijker manier dan het aan Jezus op Golgotha is geschied. Maar de mensch is niet enkel lichaam. Het lijden grijpt in lichaam en ziel aan, en die zielsfoltering kan, omdat de ziel dieper in ons schuilt, o, zoo verre alle foltering des lichaams te boven gaan. En dat diepe lijden der ziel klimt, naarmate die ziel fijner besnaard en dat lijden doordringender is. En daarom beleed de kerk steeds, dat geen lijden van eenig menschenkind, ook maar van verre bij het lijden van uw Heiland haalde, bij het lijden van hem, wiens zielsleven in teederheid al het onze te boven gaat, en die in zoo fijngevoelig zielsleven droegen doorworstelde, niet een handvolle van Gods schrikkelijken toorn,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's