Het Calvinisme - pagina 57
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
53
de onzichtbare kerk religieus geheiligd, en in haar kosmologische, eeuwige beteekenis verstaan. Het wezenlijke, ook der kerk van Christus, kon thans niet op aarde zijn. Hier toefde telkens hoogstens één enkel geslacht van geloovigen in den Voorhof, maar de geslachten van den aanbeginne der wereld hadden deze aarde verlaten, ze waren nu daarboven. Daar was ons burgerschap. Daar het wezenlijke, en daarom keerde al wie het wezen der kerk op aarde zocht, de orde om. Wie hier nog toefde, was eo ipso pelgrim, hiermee uitdrukkende dat hij uit den Voorhof naar het Heiligdom toog. En in verband hiermede sneed het Calvinisme nu tevens elke voorstelling af, alsof er na het sterven nog mogelijkheid van redding en overgang bleef, voor wie niet hier reeds met Christus in den hemel gezet was. Geen zielmissen voor de dooden op aarde, noch ook in ethischen trant, een roepstem tot bekeering aan de overzij van het graf. Al deze processuëele overgangen toch sneden de tusschen het wezen der kerk in den hemel, en het haar verdonkerende hier op aarde af. Niet van hier schemerde absolute
tegenstelling
wezen naar boven, maar van boven schemerde het naar de kerk hier op aarde door. Er hing als een gordijn voor het oog, dat het heldere, volle inzien in het wezen der kerk op aarde belette. haar
En daarom
wat hier op aarde mogelijk bleef, was gemeenschap met die wezenlijke kerk door een leven in den geest, en het genieten in de schaduwbeelden die zich op het doorzichtig gordijn voor ons afteekenden. Niet dus een reëele kerk op aarde en achter het gordijn alleen het product onzer verbeelding, maar omgekeerd Christus in ons vleesch in het onzienlijke ingegaan, bij hem, om hem, in hem de wezenlijke kerk, en het wezen dier kerk op ons inwerkende door den Heiligen Geest.
zoo
al
het
wezen
der
kerk
van Christus,
haar strekking voor de herschepping van heel ons menschelijk geslacht en in haar cosmologische beteekenis, die slechts op de v/ederkomst van Christus Staat
wacht,
om
door
te
breken,
helder
voor
ons,
in
dan komt nu haar
verschijningsvorm op aarde aan de orde. Als zoodanig nu
toont ze
ons een vergadering van geloovigen, een schare van in vereeniging optredende belijders, die kerkelijk saamleven in gehoorzaamheid aan de ordinantiën, die Christus hun hiervoor gaf. Er is niet een „Heilsanstalt," die genade als medicijn uitdeelt, er is niet een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's