De engelen Gods - pagina 126
ÜER EXGELFA' ZEDELIJKE GEAARDHEID.
122
op
geheel
berekend,
toestand
Jezus'
Ook
sterk verzoekende kracht.
bezaten juist daardoor zoo
en
toont Satan
die verzoeking zelfs de
bij
staat. Of antwoordt »Daar staat geschreven, dat hij zijn engelen van u bevelen zal." Evenzoo weet Satan wie onder de discipelen van Jezus het meest verleidbare karakter heeft. Hij kent de hooge beteekenis van Petrus, en valt daarom vooral op hem aan, om, kon het,
Schrift te kennen, en hij
niet bij de tweede verzoeking
hem hij
weten wat in die Schrift
te;
En
te breken.
hem
het
dank
is,
zij
dat
kennis,
die
uit het verhaal
Nieuwe
volkomen op de hoogte, Job de schriklijke
hij
hij
van Job.
over
de lijder der oudheid ter prooi werd.
waaraan
bracht,
hem kennen
Ave
toestand was
Ook van Jobs persoon en en
zich op Judas, zeker als
hij
niet zal ontgaan. Satan treedt in het
Testament geheel op, zooals
verzoekingen
werpt
als dit mislukt,
dat deze prooi
is,
:
Nu gaat het intusschen nog geenszins aan, uit deze kennis van Satan rechtstreeks te besluiten tot de kennis van alle engelen. Gelijk onder ons menschen lang niet allen gelijk inzicht en doorzicht hebben, de
en
en
klein
zeer
den ander zeer groot
bij
en o-elen wereld
de
penetratie of indringen
macht van
zijn,
m
de dingen
den één
bij
zoo moet het ook
Avel in
omdat dit vanzelf volgt uit den aard van het
Ook onder
leven.
persoonlijk
is,
Jezus' discipelen
maakt een apostel
als
Jacobus een geheel anderen indruk dan een Johannes of een Paulus. Beperkt de één, ruim en helder in hun kennis de beide anderen. Alle leven
persoonlijk
hun
en
inzicht
ook
dus
bijaldien
tuigende
wijze
kennis uit
schakeering, en
hun
uiteenloopen.
Dit blijkt bovendien op over-
eenige
positie die Satan als gevallen
geheel
de
en
persoonlijk leven, dan moet ook
engelen
de
onderscheid
en
verschil
stelt
onder de overige booze engelen inneemt. Hij is hun aller hoofd. Zijn meerderheid is zoo beslist en zoo overwegend, dat ge zelfs geen spoor ontdekt van een betwisting zijner heerschappij. De andere zijn
eno-el
óf
demonen
óf duivelen,
Gods. Hij en
partijder
maar
hij
hij
is
de Duivel, de Satan, de
alleen is de
koning
in
Weder-
dit onheilig
woud,
als een leeuw omgaat, zoekende wie hij zou mogen verslinden. Onderscheid maken we dus zeer zeker. Von Moltke had een kennis, waarbij die van een gewoon Pruisisch soldaat niet haalde, en zoo
die
ook bezit dus
ook
verschil heeft, te
der
ook
om
zijn,
Satan
kennis die de gewone kennis der duivelen, en
een
engelen, zeker verre overtreft. aanslaan,
er
blijkt
tot in bijzonderheden
en
dat
hunner vreemd
de is.
hoe hoog
Ave dit
dan toch, dat de engel den aanleg
van ons menschclijk leven op de hoogte
wetenschap
De
ï\laar
dat Jezus de l'hristus
is,
aan geen
kennis, zoo van de dingen dezer wereld als
van de dingen des hemels,
is
hun
viet
onthouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's