De engelen Gods - pagina 134
DE KENMSSE DER ENGELEN.
130
maar niet
uiet
zelve
ze
anders
tegenover
of ook
de
ondergaan en gesmaakt engelen
de
verlossing,
Avel rijk
en heerlijk kan
ontlokt,
maar dan toch
lieeft.
Zoo kan het dus
blijven, zoo tegenover de
zonde als
staan met een uitwendige kennisse, die nu zijn,
en hun een loflied voor den Ontfermer
nooit evenaart die diepere kennisse van zonde
en genade, die alléén persoonlijke ervaring aan den gevallen en geredden mensch schenken kan. Alzoo, ze kennen de mysteriën der genade wel.
Ze doen er zelven dienst Heeren
om
de
heerlijke
in.
Maar,
lied
der
gezaligden.
kennisse
een
oppervlakkige,
het
Ook jubelen
wordt f/esmaah en geproefd.
die
ze voor het aangezicht des
mengen hun eugelenzang in en blijft deze hun is al, dat met niet innerlijk door hun eigen geest
uitkomst;
en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's