Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 246
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
Ik zeide tot u in uwen bloede Leef, ja, Ik zeide tot u in uwen bloede In taal en toon spreekt hier reeds de heftigheid der aandoening bij het zien van bloed. En er staat bij „Green oog had medelijden met u, om zich over u te erbarmen." In den menseh w^as het menschelijke verstompt. Maar bij God was erbarmen, en l)ij hetj zien van het lauwe moederbloed, waarin het pasgeboren kindeke zich baadde, gaat de taal der ontferming uit. „Ik zeide :
:
Leef.'"
:
tot
u in uwen bloede
:
LeefV
En met
die heftigheid der aandoening bij liet zien van bloed, klimt het klimmen des gevaars. De kleine wonde verdraagt ge, maar
wonde,
doorgesneden aar het bloed tappelings doet u aan. Dijt het stroomende bloed zich tot een plas uit, zoo maakt zich onrust van u meester. Teekent zich tegen het rood van het bloed het lijkwit op het gelaat af, dan wordt uw onrust en angst doodsschrik. En spreekt het bloed, dat uw oog bij het lijk ontdekt, van moord, zoo is het of u het eigen bloed elke
uitsijpelen,
die
uit
grijpt
in de aderen stolt.
Er is niets dat heftiger onthutst dan liet zien van zulk vergoten menschenbloed. Tot bloeddorst kan het uw passie prikkelen. En of al op het slachtveld het oog zich tegen het bloed staalt, als de woede van den slag uit heeft, is hot zien van het vergoten bloed weer even schrikkelijk, omdat ge gevoelt hoe in dit bloed menscheJijk leren is uitgevloeid. ,,i)e
ziel in in
hel hloetV', dus sprak
Mozes reeds
in de woestijn
tot het uitgeleide volk.
En
dat
is
het.
In het menschenbloed golft het menschelijk leven. Als dat bloed wordt uitgestort, is de ziel zelve van het lichaam geweken. En daarom spreekt vergoten bloed zoo heftig uw eigen ziel toe, en maakt u^v eigen bloed in u zoo onrustig.
Nooit had het bloed van één enkelen menseh moeten vergoten worden. Het bloed is de stroom in ons, die ons leven draagt. Ons vleesch en ons gebeente zijn als de bedding, waar ons het bloed doorheen vloeit. Het golft door ons hart bij eiken polsslag. En hoe heftiger ons gemoed in beweging geraakt, hoe sneller het bloed ons door de aderen jaagt, ja, opvliegt, opstuift naar ons aangezicht.
Maar dat bloed moet besloten blijven. Het moet schuilen. Het moet verborgen zijn. En ook waar het ons gelaat hoogrood tint. en ons vleesch spant en zichtbaar dooradert, toch mag het als Jiloed
nooit gezien worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's