Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 162
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
!
XXXII.
Mijne kracht is verdroogd als een potscherf en mijne tong kleeft aan mijn verhemelte, en Gij legt mi) in het stof des doods.
Psalm 22
:
16.
Voor ons heeft (xods lieve Zoon geleden. heeft niet maar iets voor ons geleden, om ons vrij uit te doen gaan. Maar hij leed tvat wij hadden moeten lijden. Zoo leed Hij
dan
in onze phtaf.i. dat nu maakt al het verschil. Zegt ge toch „De Heere Jezus Christus leed smart, om millioenen personen van het eeuwig verderf te verlossen", dan denkt uw hart, en terecht: „EigenHjk is daar niets wonders in; want wat edel mensch zou zich geen smart getroosten willen, indien hij door !" die smart millioenen menschen redden kon Zoo vindt ge dan het sterven van uw Heiland wel heldhaftig, wel schoon, wel zelfopofterend maar .... en hier steekt het gevaar in toch welbezien niets grooter dan zoo vele andere daden van treflijke zelfopoffering, die vaak bestaan zijn, zelfs ter redding van één enkel persoon Dit moet niet verzwegen, maar uitgesproken. Want door niets zoozeer als door die onware prediking van het kruis, wordt de waardij van dat goddelijk kruis onderschat en te niete gedaan. Xeen, om Grolgotha te verstaan, moet ge in gedachten met al Grods uitverkorenen, van vroeger, van nu en die nog komen zullen, aan den voet van dat kruis gaan staan, en u afvragen „Wat zou ik eeuwiglijk hebben moeten lijden, indien ik zelf de rechtvaardige vergelding voor al mijn zonde en mijn goddeloosheid had moeten hij
En
—
:
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's