De engelen Gods - pagina 199
DE ENGEL DES HEEEEN.
gestalte
lijke
1"95
en dat kleed weer even plotseling in het niet te doen
verdwijnen, overmits Hij er zijn hand van terugtrekt. Natuurlijk was
wat aldus ontstond en weer verdween, niet een wezenlijk mensch van ons bloed en ons vleesch. Die drie mannen die Abraham zag, behoorden
moet ge niet als gezaligde menschelijke personen onder de uitverkorenen in den hemel zoeken. Het waren instru-
niet tot ons geslacht, en
menten, waarvan God zich een oogenbiik bediende, en die weer in het niet verzonken toen ze hun dienst gedaan hadden. Een ondenkbaar voor wie loochent, dat God
iets
als
mensch
in
Adam
het Paradijs schiep;
plotseling door een
maar
machtwoord
zeer wel bestaanbaar voor
wie in Adams en in Eva's schepping de almacht des Heeren
om
plot-
seling zulk een gestalte te scheppen, dankbaar ^erheei-lijkt.
In verband hiermee lette men er nu echter op, dat er bij de openbaring Gods iu het Paradijs van zulk een verschijning in menschengestalte, of ook van zulk een Engel des 1 leeren geen sprake is alsook ;
dat de openbaringen aan
»
Abraham
zijn vriend,"
?z2gi
door »den Engel
des Heeren"
totstandkwamen. Al deze openbaringen zijn openbaringen van Jehova rechtstreeks, en de meer verwijderde openbaring door »den Engel des Heeren" komt het eerste voor niet bij Abraham, maar bij
Hagar en haar kind Ismaël
iu de woestijn.
de openbaring van het Eeuwige
dat
rechtstreeksch karakter droeg,
Ook
in
het visioen toch, dat
Wezen
zoo in de
Hieruit valt af te leiden, oorspronkelijk een meer als in het visioen.
realiteit,
Abraham ontving na
zijn indomraeling »diepen slaap", verschijnt niet de »Engel des Heeren", maar ziet Abraham een vimrkolom door de twee stukken van het offer doorgaan. En wat nog opmerkelijker is, als Mozes optreedt, en de open-
iu
den
baring klaar en vol zal gegeven worden, verschijnt de Heere ook aan Mozes van aangezicht tot aangezicht, en wordt hem bij den rotssteen de heerlijkheid des Heeren getoond.
Ook verschijnt voor Israël wolkkolom en vuurkolom, maar het Aangezicht des Heeren (d. i. zijn meer rechtstreeksche openbaring) kan met Israël, na zijn afval, niet meer optrekken, en van nu voortaan is het evenals bij Hagar, de »Engel des Heeren" die het werk Gods in Israël en aan Israël en voor Israël volbrengt. Zoo blijkt dan de »Engel des Heeren" een
zelfs
eerst niet de
verschijning of openbaring van Jehova te
zijn, die
een beperkt karakter
draagt, die zich in nevelen hult, en waarbij de volle rijke gemeenschap
van het EeuAvige Wezen zich terugtrekt, tot eindelijk de dagen der nieuwe bedeeling aanbreken, het Woord vleesch wordt, en alsnu de Christus als onzer één en onze broeder geworden, ons het volle licht der waarheid in zijn persoon en door zijn woord openbaart. En vraagt ge nu, of dan ooit ccnig creatuur God in zijn Wezen
is*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's