De engelen Gods - pagina 101
97
t)IENENDE GEESTEN.
Gode meer
louter geest te zijn,
zou komen,
nabij
is
liet
juist
omge-
keerd, de menscli, die door én geestelijk bestaan én tegelijk een wereld
dan de engel, beelddrager van Hem kan zijn, eeuwig de Ongescliapen Geest is, maar tevens een urreld schiep
te bezitten, heel anders
die
en zich ook in een stoffelijke wereld
Eerst
dit pinit
bij
aangekomen,
is
verheerlijkt.
het dan ook mogelijk een juist
oordeel te vellen over het vraagstuk, dat
den
?iaar
ook
aan
de
zonder
kunnen
bedoelde
God
nu
hieraan
zijn
men
geeft
we hier nu niet nader op neerkwam, dat Christus oor-
een dwaalleer, die
;
die er
was, maar allengs tot de in Gen. 1 was opgeklommen, en alzoo, niet naar
heerschappij
maar naar
wezen,
en zijns ondanks voet omtrent de heerschappij des men-
Socijn,
maar
zetten,
geen
spronkelijk
reeds even aan-
nadenken,
dieper
van
leer
schen over het geschapene uiteen
we vroeger
engelen, evenals de kinderen der menschen,
geschapen zijn. Meestal wordt dit zoo vooronze Gereformeerde Dogmatiek schreef men dat
in
Edoch
over.
gevende
de
Gods
Beehie en
gesteld,
zoo
namelijk
of
stipten,
waardigheid.
God
iieicorden
voet, door bij het Beeld
was.
En
28
:
zijn
juist
Gods uitsluitend op
de zedelijke voortreffelijkheid des menschen te letten, en het cardinale stuk zijner heerschappij over de stoffelijke sehepphvj over het hoofd te zien. Natuurlijk was het van onze Gereformeerde theologen niet zoo bedoeld,
ze van een
als
geschapen
zijn der
Gods spraken. Integendeel. Ze verstonden
engelen naar den Beelde
dit
dan zóó, dat de mensch
in onderscheiding van het dier, een zedelijk en
dat
dit
in
deze
hij
Beeld
;
voortreffelijkheid
en
;
redelijk bestaan iK'zat; en redelijk bestaan zijn voortreffelijkheid lag dat
zedelijk
dat
nu,
dankte aan
ook
overmits
zedelijk bestaan deelachtig waren,
zijn
de
gescha])en zjjn naar Gods
engelen
zulk een redelijk en
ook van hen moest geleeraard, dat
geschapen waren naar den Beelde Gods. Toch is mogen we hen hierin rdet navolgen.
zij
dit
op
dit
punt eischt zeer
Vooreerst
toch
voorstelling
stellig verbetering.
opgemerkt,
zij
van een geschapen
oppervlakkig
Hun
geoordeeld, en
zijn
dat
er in heek de Schrift nergens
der engelen naar den Beelde Gods, noch van
een gelijkvormig worden der engelen aan dit Beeld sprake
de
voorstelling
rnenschen
ons
gedoeld
menschen
wezens
naar
maar
alleen
volgt
Gods
:
die
wordt
maken ons
hij
1
op
:
2(3
ons
geeft,
is,
is.
Geheel
dat er alleen
een schepping naar Gods Beeld.
naar ons Beeld en naar onze gelijkenis."
Beeld,
menschen,
»En God schiep
Gen.
en
als
zoodat
er
eerste
Bij
de
»Laat Niet
proeve daarvan den mensch,
nogmaals
met nadruk
schiep den mensch naar zijn Beeld
hem."
bij
;
in vers
27
naar den Beelde
den zondvloed Avordt het nogmaals her7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's