"Ons program" - pagina 494
;
TEN BESLUITE.
478
modus vivendi stempel,
min
d.
in aard
aan
te bieden
met den
i.
Zeer zeker met den
alle partijen.
en strekking nationaal.
hoeverre nu steller dezes in het treffen van
In
geslaagd
partij-
onzer beginselen, gewaarmerkt, maar des niette-
ijk
oogmerk eenigermate
dit
sta aan meê- en tegenstander ter beoordeeling; slechts
is,
worde
dat oordeel het gekozen doelwit niet miskend.
bij
Men kome dus van dat
klacht,
geheel
is,
noch keerbeeld
Door die klacht toch zou verwezen
ideaal.
dan ons
probleem
ander
onzer geestverwanten niet te berde met de
zij
gebodene noch zuiver theocratisch
het hier
van het onvervalschte een
de
ter oplossing
naar
zijn
was voorgelegd, en dus
elke billijke maatstaf ter beoordeeling ontbreken.
Maar evenmin doe de tegenstander ons het onrecht aan, op
dan eerst van
dat
indien
bewijsbaar
zijn
standpunt onze voorslag op
dat voor
is,
hem
zelf in
een
rijk,
minder verheffend, min edel zou
§ 326.
En
uitsluitend
zij
zal
hij
gedrongen
in,
zijn,
dat overeenkomstig de
minder mensche-
hier ontwikkelde beginselen geregeerd werd, de existentie lijk,
om
eigenaardig gekleurde in onze voorstelling te letten; en zie
het
zijn!
Consequent antirevolutionair.
voorts houde men, zoo onder geestverwanten als aan den overkant, wel
in het oog, dat het
het mikken op
bij
dit
wit er bovenal op aan
kwam
:
l.dat
antirevolutionaire beginselen duidelijk werden uiteengezet dat uit deze beginselen, met eenige logische en historische consequentie, de gezichtspunten werden afgeleid, die voor de anti-
de 2.
revolutionaire 3.
dat een enkele
onderdeelen van den Staatsdienst beheerschen; en
de
partij
maal
in detail
werd aangetoond,
tot
welke practijk men
alzoo krachtens deze beginselen zou geraken.
De hoofdfout van
vele
antirevolutionairen
was dusver, dat
ze grifweg
enkele vage stellingen omtrent Godes oppermacht, het belang van het zedeleven
lijke
leden,
selen
name
en
gehecht blijven aan het geopenbaarde Christendom be-
het
maar voorts dan ook
alles
Christelijke
zich
inbeeldden,
gezegd
element
was,
en,
dat hiermee op het stuk van begin-
met
erger nog, dat dit moreele en
nu ook verder voor de onderdeelen van den
Staatsdienst geen beteekenis had.
Dusdoende heette men antirevolutionair, zonder het
men
D. w. z. dat
wel de allereerste beginselen, de uiterst primitieve noties van het
revolutionaire
stelsel
onderschreef,
fessioneele zijde dan in
Dit
te zijn.
maakte,
Staatsrecht
dat
speende,
hun
men
maar meer van hun
anti-
kerkelijke en con-
staatsrechtelijk karakter.
zich
dan ook aan
de
weelde
van
een
eigen
en meest antirevolutionair op het stuk van cardinale
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's