Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 47

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 47

3 minuten leestijd

;

GEEN PEBSOONLIJKE VERHOUDIXG TOT DE ENGELEN.

43

De eerste vraag is alzoo deze Kan aan onze bewuste gemeenschap met de wereld der Engelen genoegzame beteekenis worden toegekend om hierin een reden voor hun bestaan te vinden? Daarbij gaan we nu uit van de onderstelling, dat er in ons leven of in het leven der kerk van het heden, geen verschijningen van Engelen meer voorkomen, zoodat onze gemeenschap met die wereld, van onzen kant, alleen denkbaar is doordien wij aan de Engelen denken, hun zooals in Ps. 103 toezingen, of ook doordien we ons zekere voorstelling van hun leven maken. En dan moet toegestemd, dat de vruclit van onze gemeenschap met de Engelenwereld niet groot, noch sterk, noch heerschend :

in ons zieleleven

Dit

is.

ligt

aan tweeërlei oorzaak.

Vooreerst hier-

gemeenschap met de Engelenwereld zoo zeldzaam, en ten andere daaraan, dat die gemeenschap altoos zwevend is. Het eerste zal ons, althans in den kring onzer lezers, wel niet betwist worden. Er zijn er zelfs, die zoo goed als nooit aan de Engelen wereld denken, en die nauwlijks kunnen zeggen, dat er ooit eenige verheffing op hun ziel van het denken aan de Engelen is uitgegaan. En al stemmen we toe, dat dit denken aan de Engelen in andere kringen veelvuldiger voorkomt, zoo is toch ook in die kringen de rechtstreeksche invloed, die van dit gemeenschapsoefenen met de Engelen uitgaat, dat

aan,

onze

nooit zóó overwegend, dat het zedelijk leven er door beheerscht wordt

waar

die

invloed

zijde

op,

dat,

naarmate

weet

dan toch

meestal de schaduwmeer op zijn Engel of op de Engelen gaat vertrouwen, in diezelfde mate ziju rechtstreeksch vertrouwen op zijn Vader die in de hemelen is afneemt of op den achtergrond raakt. Maar ook dient op de tweede oorzaak van het zwakke dezer gemeenschapsoefening met de Engelen gelet, daarin gelegen, dat ons alle voorstelling van de Engelen ontbreekt. Want wel heeft men gepoogd, om door het aannemen van een vaste figuur voor de Engelen, hieraan te hulp te komen, maar 'wie ernstiger leeft, en

dat

sterker

die

de

is,

levert

dit

geloovige

figuur product van onze dichting

is,

vrucht

van verbeelding en geen werkelijkheid. Een menschelijke verschijning

met den iets

bloei

der

van hemelsche

eeuwige jeugd op het gelaat, en omstraald met twee vleugelen op het schouderblad

glorie, terwijl

een boveuaardsche herkomst aanduiden,

en

is

veeleer in strijd

geen portret maar phantasie, met wat de Heilige Schrift ons over de Engelen

mededeelt. In zooverre geven

oefening

is

we dan ook

met de Engelenwereld

toe, dat

onze gemeenschaps-

niet tot de machtigste en meest in-

vloedrijke factoren van ons zedelijk leven behoort.

Toch gaat het niet aan, deswege dien invloed geheel weg te cijferen wat we niet beter voelbaar kunnen maken, dan door een vergelijking

;

iets

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's