"Ons program" - pagina 98
!
Geen -étaï athée'
82
voor den godsdienst, en bij ons op de overtuiging godsdienst te goed is voor de overlieid. ons bestrijden, manen tot onthouding, omdat inmenging de over-
goed
te
heid
dat de
Die
is
heid zou bederven. En met
lating
sporen
wij
tot niet-bemoeiïng aan,
den godsdienst
heiligste
dit
zelf
overmits
in-
zou doen verbasteren en
ontaarden.
Onderschatting
den
drijft
niet
minachting voor het
Christelijk geloof
ons juist hefde en eerbied beweegt.
liberalist, terwijl
men, korter gezegd:
wil
Of,
zooal
van,
tot
onthouding raadt de
liberalist,
om
den
binnen zoo eng mogelijke perken op te sluiten, en wij, juist omgekeerd, om den heiligenden invloed van het geloof zoo zuiver, zoo krachtig, zoo ver mogelijk te doen werken. invloed van het geloof
Gevolg
hiervan
dan
is
dat
ook,
We
weten wel
lijk
is
waar
ook in
dit
liberalist
eigenlijk
staatsin-
zijn
meeste liberalen nog geen atheïsten
de
dat
beter,
en zelfs op vroomheid nog
een
atheïst.
richting schikt en aanlegt op een
eenigen
prijs stellen,
het private leven
moge
—
zijn,
zijn
maar, hoe betrekke-
op staatkundig terrein
een atheïst hun ideaal. een
op
Zie,
natie
van enkel atheïsten zou hun staatsideaal eerst recht
heerlijk passen!
Dan was men
af
van
al die netelige, splinterige
quaestiën!
geen moeite met consciëntie-eisch en gemoedsbezwaar
meer tegen
Dan geen
!
Dan langer
Dan geen
beletsel
eene, alle kinderen opnemende, volstrekt neutrale staatsschool
meer van
last
processies of volkspetitionnementen! Dan, kortom,
geen enkele storing meer van de geregelde
trillingen
van den zuiver mag-
netisch-liberalistischen stroom,
Gereformeerd
§ 54.
daarentegen
Wij
en
leven
volks leven
het
den Staat ook
op
maar een
zulk
politieke we nu niet een wenschen we aan
onzen staat zóó inrichten, dat het
willen
van atheïsten,
volk
beg^insel.
elkaar
En
sluiten.
wijl
„Christelijke natie" zijn,
een regeling te geven, die practisch op dien toestand
een inrichting, waarin de Christen zich thuis en op
zijn plaats
past, d.
w.
gevoelt
en die den atheïst steeds aan het onloochenbare feit herinnert, dat
niet
z.
maar
de
Christen,
ja,
maar toch
hem,
Een
stelling,
regeling gelegd, loopt;
niet
maar en,
op
de
hij
niet
dan
waarbij
we
blinde,
zich
regelt
uitzondering
bij
exceptie
uitgaan
is
is,
en er dus óók wel op
gerekend.
van het notoire
feit,
dat de staats-
noch op doove, noch op kreupele lieden naar den gewonen
mensch,
die
ziet,
is
aan-
hoort en
evenals in casu aan de atheïsten, zoo ook wel aan de blinden,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's