Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 123
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
XXI
\^.
„H^EEiit niet ober
mg."
En Jezus, zich tot haar keerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelven, en over uwe kinderen.
Lukas 23
:
28.
Een traan uit deernis om wat ff ij lijdt, uit anderer oog te zien afbiggelen, vooral zoo die andere een vreemde is, stilt niet, maar verzacht toch uw smart. En voor die verzachting was ook uw Heiland op den lijdensweg ontvankelijk. „Kunt ge dan niet één ure met mij Zijn klacht tot Petrus waken?" toont dit. Niet in zijn Goddelijke natuur, maar als mensch, heeft Jezus zijn smartelijk lijden en zijn bitteren dood doorworsteld, en dies onder dat lijden verlangd óók naar menschelijke vertroosting. Op zichzelf was het weenen van die uitgeloopen buurtvrouwen voor Jezus iets lieflijks. Met Simon van Cyrene, die zijn kruis droeg, zijn die vrouwen de eenige vriendelijke verschijning in dit ontzaglijk drama. Alles en een ieder was Jezus tegen. Judas verraadt hem. De drie getrouwen slapen als doodelijke angst Jezus de ziele verteert. Petrus verloochent hem. Al zijn jongeren vluchten. Het Sanhedrin is fanatiek hartstochtelijk. Herodes minachtend hoog. De hoofdwacht koel-spotziek. Pilatus philosophisch laaghartig. De hoop volks die voor het rechthuis staat schreeuwt ruw en wreed tegen Jezus in. Op Golgotha wordt het één lasterend tergen van duivelschen haat. :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's