Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 37

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

3 minuten leestijd

„AL IJW BA.EEX EN TAV GOLAEX."

29

AJ de golven en al de baren des Almachtigen, het is iets zoo ontzettends, zoo onbeschrijflijks, om niet nit te spreken. Al bet doen des Heeren is oneindig, en oneindig ook zijn de deiningen van zijn golven en van de baren zijns toorns. Oneindig is het altoos weer opkomen van nieuwe golven, en oneindig is de eindelooze golfslag waarmee ze in alle breedte en lengte worden nitgeslagen. Er kookt en brandt in die schnimende baren een gloed, een ijzingwekkende gloed van eeuwige verbolgenheden. Gre merkt er den aanvang niet van en ge kunt -er geen perk of' einde van ontdekken. Aan de zee, die haar golven op onze stranden doet dreunen, heeft de Heere Heere nog een maat gesteld, die ze niet zal overschrijden. Maar deze oceaan kent zelfs zulk een perk niet. Zijn diepten ruischen tot in de kolken van den eeuwigen dood. Wat er dan van tegen het hoofd opspat, zijn de schuimvlokken en droppelen. Maar de slag, de dreunende slag dier baren, en het alles wegsleurend en voor zich uit stuwend geweld dier golven, neen, bij al wat heilig is, dat heeft nooit een eenig menschenkind doorstaan. Want dat te doorstaan, dat was nu juist de diepte van Jezus' lijden. Dat eindeloos diepe en oneindige breede in zijn verkwijning, dat was nu juist de ondoorgrondelijke verborgenheid van de smarten, den Man van smarten overkomen zijn. zonk tusschen de afgronden weg. Bij het zinken in dien afgrond hoorde hij reeds van verre het ruischen en dreunen van die

Hij

de felbewogen wateren. En toen ging het in de diepte. En toen sloegen de golven en baren hem tegen de borst en over het heilig hoofd. En toen was het golf na golf, de ééne baar niet weg of de andere volgde weer. Eeuwig diep, zoodat geen mensch en geen engel er iets meer van verstond, of van vatte, of er door deernis in meê kon lijden. Zoo nameloos diep, dat God het nog alleen wist, en uw Jezus het doorzwoegde. Al die last des toorns Gods tegen de zonde van al het mensehelijk geslacht.

Ook tegen uw, ook tegen mijn zonde; ook tegen de zonde onzer kinderen. o. Diepte der erbarming dat ervan zulk een toorn, waaronder wij eeuwiglij k hadden moeten verzinlïen, toch nog door genade redding kwam.

Maar ook, o, diepte der onheiligheden, dat zoo diep de Zoon des menschen in dien stroom van vloek en bange benauwing moest ondergedompeld, opdat er één, een enkel zondaar voor den heiligen God zou kunnen bestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's