Drie kleine vossen - pagina 87
PRACTICISME.
toestanden en tijden telijke actie telkens
83
is, die ook op Christelijk erf de Chriseen anderen en gewijzigden vorm deed
aannemen. dien zin nu mag en moet gezegd, dat de actie der Z's geheel samenhangt met de eigenaardige verhoudingen, waarin het Christendom zich in onze eeuv^ geplaatst zag, en met de geestesstroomingen, die in het leven der wereld doorbraken. Het is dan ook aan die verwantschap met den tijdgeest, dat ze haar ongemeenen opgang dankte. En al mag critiek niet uitblijven, toch moet zonder voorbehoud erkend, dat dit zich aanpassen aan de drijvende motieven van de eeuw waarin men leefde, onder de leiding van den Koning der kerk plaats greep. Daarbij springt het al aanstonds in het oog, dat in deze actie van de drie Z'a een oordeel, en een hard oordeel, over de institutaire kerken is gegaan, gelijk die bij den aanvang dezer eeuw bestonden. In de toongevende landen hadden de kerken van het Protestantisme overwonnen, en waren na die overwinning op haar lauweren ingeslapen. Men stelle zich dit wel voor, gelijk het liep. Aan het eind der middeneeuwen vertoonde de Roomsche kerk een jammerlijk schouwspel van uitwendige macht en geestelijke, inwendige verdorring. Het religieus gevoel diende daartegen bijna allerwegen zijn geestelijk en ernstig protest in. Daarvoor is Rome toen gekastijd en getuchtigd door de Reformatie, maar niet met het toen verwacht gevolg, dat ze onderging. Integendeel, reeds op het Concilie van Trente herzag ze zich zelve. De eerst zoo diep neergedrukte veer sprong weer op. En in de 17de en 18de eeuw wist ze, systematisch en door innerlijke reformatie, haar verloren positie te herwinnen. Het pressa uberior bleek ook op haar van toepassing. Al had ze dan ook in den revolutiestroom van het eind der 18de eeuw een harden schok te doorstaan, ze kwam ook dien schok zegevierend te boven, en als kerk verhief ze haar aangezicht in onze 19de eeuw met ongemeenen glans. Haar feitelijke machteloosheid om den toon aan te geven, is dan ook alleen daaraan te wijten, dat de volkeren, wier godsdienstig leven zij leiden bleef, op het groote wereldtooneel inzonken, en minstens voor de helft In
drie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's