Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 55

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 55

2 minuten leestijd

MYSTICISME.

51

te blijven, zijn teleurstelling hierover tot zijn dood toe bekent, dan de vergroeide, die er over heen is, en zich nu aangepast heeft aan zijn onnatuurlijken toestand. Een man is een half mensch bij wie een andere helft hoort, en een vrouw is evenzoo slechts een half wezen, passende bij een wederhelft. Dit zit in heel het wezen, in heel onze natuur, en volstrekt niet in een enkele neiging. Daardoor nu is het heimwee der genegenheid van ons wezen en van onze natuur onafscheidelijk; is er een verlangen dat om bevrediging roept; een uitgaan van het hart naar wat het weet en voelt, dat het alleen in een ander hart vinden kan. En al behoort het nu tot de hooge uitzonderingen, dat dit heimwee, dat verlangen, als het zich op een bepaald persoon concentreert, gespeend blijft aan elk gevoel van teleurstelling, toch blijft het waar dat deze persoonlijke concentratie het natuurlijkst en het ge-

alleen

zondst

is.

Maar aan dat richten van

zijn hart en zijn genegenheid bepaald persoon, gaat bijna altoos vooraf een onpersoonlijk verlangen, een heimwee zonder een bepaald voorwerp waarvan het uitgaat. In het kleine kind is dit nog niet. Maar met de jaren wordt dit besef in het hart wakker, en het is uitzondering dat het wakker wordt geroepen door een bepaald persoon. Dat kan wel, en het komt voor, maar het is de exceptie. En vandaar dat gemeenlijk, zoodra men zekeren leeftijd bereikt heeft, en het hart niet door hoogmoed en zelfgenoegzaamheid is verstikt, dat vage verlangen niet om bemind te worden, en dan lief te hebben, maar eerst het verlangen om zelf lief te hebben opkomt, en dan dat dwepende, dat onbepaalde, dat onbeteugelde karakter vertoont, dat zich verliest in niet te grijpen idealen. Dit spreekt veelal sterker bij het meisje, dan bij den jongen man. Het komt onder mannen meer onder Duitschers dan onder Nederlanders uit. En in Diiitschland het meest bij •de Saksers. Met deze van nature opkomende behoefte om te lieven en te minnen, houdt nu de vrome opwelhng ontegenzeggelijk verband en soms gelijken tred. De liefde voor God en de liefde voor den naaste liggen

op

één

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 55

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's