Drie kleine vossen - pagina 159
155
BESLUIT.
om altoos iets bijzonders te willen doen. Dat uitloopen naar vergaderingen en kransen en vereenigingen van dit en van dat. Dat betalen van allerlei contributiƫn, dat geven in allerlei extra-collecten, dat naloopen van allerlei bidstonden. Dat is goed voor de lieden van het Leger des Heils, maar men ziet dan ook, waar dat op uitloopt. Jonge meisjes die 's avonds op straat slenteren om kwansuis een Strijdkreet te verkoopen, en van wie voor het practische leven juist niets terecht komt. Bepaald tegen een Zondagsschool zijn wil hij ook niet, maar anders heeft hij altoos begrepen, dat de catechisatie er is om de kinderen te leeren. Die menschen die zoo hard voor de Zending loopen, mochten eerst wel eens beginnen met de heidenen in hun eigen omgeving, soms in hun eigen keuken, te bekeeren. En ziekenverpleging is natuurlijk goed, want een ziek mensch heeft zijn verzorging noodig, maar ook daar is al die drukte niet voor noodig. Als er bij ons zieken aan huis zijn, dan passen we die zelven op, en als we het niet is
die drulvte
altijd
meer aan kunnen, is er altijd wel iemand te vinden die waken komt, en die we dan betalen. Wat die anderen willen, loopt ten slotte toch maar op werkheiligheid uit. Geloof is hun niet genoeg. Het moet als in den Roomschen tijd weer alles van de werken komen, en daarvoor zijn zij te goed Protestant. Men moet de overleveringen van zijn vaderen niet zoo klakkeloos wegwerpen. Juist nu in die banale critiek van de onnadenkenke, ongevoelige en onwillige geesten ligt het gevaar. In die andere is tenminste nog actie.
De Intellectualist is onvermoeid met zijn denken bezig. De Mysticus gunt zijn gevoel geen rust, om toch maar dieper in het wezen van het leven in te dringen. De Practicist
heeft
drang
en
behoefte
om
in het
Koninkrijk des
Heeren werkzaam te zijn. Ze zondigen door eenzijdigheid. Ze zondigen door overdrijving. Ze vallen in de strikken van zelfverheffing, de eerste op zijn diepzinnigheid, de tweede bevindingen, de derde op wat hij al zoo uitricht. hebben ze toch alle drie, dat ze niet bij de pakken blijven neerzitten dat ze iets willen, iets beoogen, op iets aansturen; en dat ze hun Christelijke existentie tot een
op
zijn
Maar
dit
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's