Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 54

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 54

2 minuten leestijd

50

MYSTICISME.

gewend, en dat er bijna geen zonde ontucht, moord en wat niet Heiligen Geest bedreven is.

al,

te

bedenken

die niet in

is,

overspel,

naam van den

behoort eenig nadenken toe, om zich duidelijk en rekenschap te geven van hetgeen onder verkeerde Mystiek te verstaan is. Ze komt altoos op uit de stemming van Psalm 42 van het „hijgend hert", en daarom voegt het ons, alles wat met het Mysticisme in verband staat, met zekere teederheid te bejegenen. „Dan mijn ziel verlangt naar God?" Dat is de zielskreet. Het is het dorsten naar den levenden God. Het heimwee van de ziel naar gemeenschap met het Eeuwige Wezen. Een verlangen dat ook wel in vermetele nieuwsgierigheid ontaarden kan, evenals er menschen zijn, die in de diepte van Satan willen inzien. Maar in den regel begint het daar niet meê. Gemeenlijk komt dat er later bij. De eerste opwelling is gewoonlijk behoefte om lief te hebben, in vagen, oneindigen zin. Zooals er in het jongelingshart of in het hart van een jongedochter een vage behoefte om verliefd te zijn, kan post vatten. Dat men niet verliefd is op een bepaald persoon, maar in het gemeen. Dat behoeft dan nog in het minst niet een verliefd zijn in zinlijken zin te wezen. We zeggen niet, dat dat er niet vaak onder speelt en er niet soms bij komt; gelijk de uitkomst dan ook leert, hoe de meest mystieke secten ten slotte in den dienst van zondige lusten zijn ontaard. Maar dat hoeft het niet te zijn. Wat God van Adam zeide, dat hij geen hulpe tegenover zich had, is in heilig reinen zin bedoeld. Onze aanleg als mensch is niet om op ons zelve te blijven. Men kan zijn aanleg wel ten slotte zoodanig wijzigen, dat men alsnu in het celibataire zijn geluk vindt,

Er

helder

hetzij

als

man

of als vrouw,

maar dan

is

er altoos iets in

ons geknakt; en veel hooger staat de mensch,

die,

gedrongen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 54

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's