Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 59

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 59

2 minuten leestijd

MYSTICISME.

55

Verstaat ge wat het zegt, dat God, om zich te openbaren^ Zoo ja, dan zult ge het ook verstaan, dat er begeerte opkomt om door die verberging heen te dringen. Dat kan dan wel niet, maar men kan zich inbeelden dat het kan. En het afgaan op een leven in deze inbeelding, ziedaar het kranke, straks het zondige Mysticisme. Laat ons deze wat korte en afgebroken verklaring nader zich verbergt?

mogen

toelichten. Tenzij God zelf het wil, kan geen schepsel iets van Hem bevroeden, laat staan weten of kennen. Had God niet zelf in een deel zijner schepselen het vermogen om te beseffen, waar te nemen en te kennen, ingelegd, niet één enkel schepsel zou ooit iets omtrent God geweten hebben. God zou van eeuwigheid tot eeuwigheid voor zichzelve hebben bestaan. „Zichzelf bekend en niemand nader". Het kon daarom een prachtige wereld zijn geweest. Een waar paradijs in plantenweelde. Vol leven en lust en zang in een nog rijker en schoener dierenwereld dan wij bezitten. En toch, zoo lang noch engel noch mensch, noch eenig ander soortgelijk met rede begaafd schepsel in die wereld was opgestaan, zou heel die prachtige wereld zelfs het bestaan van God nooit hebben vermoed. Als wij God kennen, of althans iets van God weten willen, begint Hij zelf met ons een oog en een oor te geven en het gaat alzoo in den allerstrengsten zin door, dat wij niets van God weten of kennen dan door zijn eigen daad. Als God ons ziende maakt, dan zien we; als God ons ;

hoorende maakt, dan hoeren we. Anders blijft het om ons en in ons, eeuwige nacht en geluidlooze grafstilte. Nu heeft God ons het oog gegeven, en het oor in ons geplant, en in verband hiermede ook het verstand, het begrip en het vermogen om waar te nemen, gegeven. Dit alles is zijn gave. Maar, zij het zoo, onze menschelijke natuur bezit dan nu toch die gave. Ze moge door zonde verzwakt zijn, maar als zoodanig hoort ze dan toch bij ons

heen

als

mensch.

Doch nu

Nu

verder.

Of dat God door ons tegen begluurd, doorzocht, en in zijn wezen doorzien kan

laat zich tweeërlei denken.

zijn wil

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's