Drie kleine vossen - pagina 92
PRACTICISME.
Eenerzijds de actie der ongeloovige, wijsgeerige liun dusgenaamde aborigines protection societies oprichtten, en daarnaast de geloovigen, die voor diezelfde aborigines (d. z. inboorlingen) hun missionary societies ves-
vertoonde. lieden,
die
tigden.
De neger vooral deed opgeld
in die dagen. Voor de jeugd van Robinson Crusoë, voor de wijsgeerige dwepers in hun bescherming van de natuurvolken, en voor den Christen in den nieuw opgekomen zendingslust. Deze laatste actie ging niet tegen de predikanten in, die veelal zelf meededen, soms ook de actie leidden maar ze was principieel buiten-kerkelijk, en moest daardoor antikerkelijk worden. Dit leverde bij de zending wel moeilijkheid op, omdat men van den Doop niet kon afzien, en toch moeilijk den Doop aan ieders wilkeur kon overlaten. Maar door de sympathie, die men bij tal van predikanten vond, werd ook dat bezwaar overwonnen. Twee, drie predikanten konden immers zeer wel een „zendeling" ordenen, en hem de handen opleggen. Of zulke predikanten dit in de kerk de bevestiging van een leeraar, of in een zaal bij de bij uitzending van een missionair man deden, kwam immers precies op hetzelfde neer. Met den kerkeraad of met de kerk had men hierbij niets te maken. De „leeraars" ordenden de leeraars. Wie het meerdere kon doen, was bevoegd ook tot het mindere. Waarom zouden ze dan niet ook een zendeling kunnen ordenen? En was de zendeling maareenmaal geordend, dan was hij im.mers tot alles bekwaam, tot prediking en tot sacramentsbediening, en dus ook tot de ijediening van den Heihgen Doop. Zoo geheel en al was men in die dagen van de eerste kerkrechtelijke beginselen vervreemd, dat het in niemand opkwam hierin iets ongerijmds te vinden. En wie nu nog een verklaring zoekt voor de klinkklare ongerijmdheid, dat nog altoos zeer eerwaardige predikanten en hoogleeraren deze absurde practijk voortzetten, en nog altijd meedoen aan het aldus ordenen van zendelingen, moet op de gesteld-
in
de
verhalen
;
der geesten in het laatst der vorige eeuw teruggaan. toen af is deze op zichzelf ondenkbare usantie er bij ons ingeroest. En ingeroeste usantiën zijn taai van levens-
heid
Van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's