Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 161

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 161

2 minuten leestijd

157

BESLUIT.

leven, uit het rijk der duisternis in het Koninkrijk van den hefde. weten dat Nu oordeelen we daarover niet te hard.

Zoon van Gods

We

sommiger leven zoo bezet en zoo kommervol en zoo benauwd is, dat ze bijna geheel in de dagelijksche beslommeringen opgaan. Ook vergeten we niet, dat niet aller geestelijke

gave en geestelijk talent even groot

is,

en dat er

zijn te

bekrompen van geest om in de mysteriën der waarheid, te zwak van gevoel om in de verborgenheden des geestelijken levens, te klein van kracht om in betoon van geloofsenergie uit te schitteren. Niet aan allen mag dezelfde eisch worden gesteld. Er zijn armen en er zijn rijken ook in geestelijk opzicht.

Maar toch dient het

onzerzijds gewaakt, dat ons protest tegen

Intellectualisme^

tegen

het

Mysticisme

Fradicisme den oppervlakkige en lauwe niet

en

tegen

stijft in

het zijne

onaandoenlijkheid.

Lezende wat wij schreven over den Intellectualist, heeft meer dan één, die zich nooit de moeite gaf om de waarheid in te denken, bij zichzelven gedacht „Dat zegt Dr. Kuyper maar goed. Ik heb mij daaraan dan ook nooit bezondigd." Zoo zal een ander, onze critiek op het Mysticisme lezend, allicht tot zichzelven hebben gezegd „Nu, ik ben maar blij, dat ik nooit aan die gevoelsoverdrijving en aan die ziekelijkheden heb meê gedaan." En evenzoo heeft, lezende wat wij op het Pradicisme aanmerkten, meer dan een allicht zichzelven gerechtvaardigd, denkende: „Ik ben in dat dwaze ijzeren voor al die Christelijke werkzaamheden gelukkig nooit vervallen." Op die wijs nu zou, geheel tegen onze bedoeling, onze critiek, insteè van ziekelijke enghartigheid en bedenkelijke allicht

:

;

overdrijving te koeren, het leven zelf bedreigen en een oorkussen worden, waarop de geestelijke traagheid zich te slapen lei. Zij het daarom in het slot-artikel wel en duidelijk uitgesproken, dat we alle verantwoordelijkheid voor zulk misbruik van ons woord verre van ons werpen. Omdat we ernstig waarschuwden tegen het dorre, zichzelf behagende Intellectuahsme, is er nog geen woord door ons

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's