Drie kleine vossen - pagina 68
MYSTICISME.
64
nert zich nog wel uit vroeger jaren, hoe we in een anders hooggeachten broeder, maar die sinds eigen wegen koos, diezelfde dwaling, met beroep op Gal. 1 1 verdedigd, :
moesten
bestrijden.
Nu is het volkomen waar, dat deze inbeelding van gezichten en openbaringen te hebben ontvangen, niet bij allen even ver gaat. Er zijn er zelfs velen, die het in niets anders zoeken, dan dat God hun bepaalde woorden uit de Schrift voor den geest brengt, iets wat, in gewonen zin genomen, elk kind van God uit eigen ervaring beamen zal. Alleen maar, en hieraan herkent ge het begin van de dwaling, zij die naar het Mysticisme neigen, zoeken hierin niet iets gewoons, maar iets bijzonders, en zijn geneigd in dit voorbrengen van Schriftwoorden een buitengeivone leiding Gods te zien. Zij zullen het daarom telkens aan anderen verhalen, en als ze merken dat dit indruk maakt, vermenigvuldigen zij de voorvallen, en gaan in eigen schatting naar boven. En juist dit laatste: het naar boven gaan in eigen schatting, is het onveranderlijk kenteeken, dat er een ziekelijke en daarom zondige toestand intrad. Doch hoe verschillend en uiteenloopend de verschijnselen ook zijn mogen, het Mysticisme vindt zoo goed als altijd zijn oorsprong in wat de Schrift zelve ons verhaalt van hetgeen aan profeten en apostelen, en ten deele aan de eerste Christenen, is te beurt gevallen. Het is daarom zoo verkeerd om het Mysticisme te bestrijden, door de mogelijkheid van zulke gezichten en openbaringen te loochenen, en ze op zich zelve als ongerijmd voor te
Wie
stellen.
weg inslaat, komt terstond met de Schrift zelve tegenspraak, en kan niet van dwaling overtuigen, omdat de Mysticus zich aanstonds op de Schrift beroept, en u daaruit tal van uitspraken voorlegt, die aantoonen, hoe de heihge mannen Gods in vroeger dagen metterdaad zulke openbaringen ontvangen hebben. En dan staat ge machteloos. Consequent toch zoudt ge dan ook wat de profeten en apostelen omtrent zichzelven berichten, in twijfel moeten trekken. En kunt ge dit niet, en 7noet ge ten slotte wel toegeven, dat bij deze heilige mannen soortgelijke dingen
in
dien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's