Drie kleine vossen - pagina 98
94
PRACTICISME.
midden van deze drukte en deze interessantheid, voor alles v^at met de zending samenhing, dook toen nog het gansch begrijpelijke, maar toch zoo diep betreurensv^aardige euvel op, dat men zich voor het relaas van heel deze bewegingen, bediende van een godsdienstige terminologie, die, innerlijk hol, aan dit alles een gewijd karakter moest geven. Overal werd „de Heere" bijgehaald, te pas gebracht. Er was in al wat op de zending bebij trekking had een bijzondere daad des Heeren, in zijn bestel en bestuur, in zijn verhooring des gebeds, in zijn neigen der harten, in zijn bewaring en bescherming, in den zegen, dien Hij op allen rusten deed, en die dienst deed als bewijs, dat men op den goeden weg was, en den juisten persoon en de juiste middelen had gekozen. Als een schip met een zendeling aan boord, door den storm heen, behouden was aangekomen, heette het ongeveer, dat het om dien zendeling gespaard was. Zoo werd op alles een gewijd cachet afgedrukt, en wende men het pubhek aan de valsche voorstelling, alsof het zendingswezen een bijzonder iets was, waarbij een geheele aparte levensbeschouwing hoorde. Een wijze van doen, daarom te gevaarlijker, omdat het er zoo van zelf ingaat, en men er zoo licht aan went. Natuurlijk is Gods bestel en bestuur in alles, neigt Hij aller hart, en kan niets zonder zijn zegen gedijen. Vrome zin merkt hier op, en een vroom winkelier ziet in eiken klant die tot hem komt, een van God gezondene. Maar daarom maken we toch onderscheid in ons spreken tot anderen, en vooral bij ons spreken in het publiek. Vroomheid is schuchter, loopt niet met haar innigheid te koop. Men merkt Gods doen op voor zich zelf, men dankt er voor in enger kring, maar men afficheert het niet. Publiek er over spreken, doet men alleen bij zeer gevk^ichtige gebeurtenissen, bij buitengemeene uitreddingen, bij zeer groote offers die gebracht worden, zoodat ook voor anderer oog het doen Gods in het oog springt. Maar juist deze onderscheiding ging bij het zendingswezen geheel te loor. Het
En
van
te
en
moest hier alles bijzonder heeten, alles moest hier als iets buitengewoons worden aangemerkt, en van alles en bij alles moest het voor allei' oog gedrukt en voor aller oor worden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's