Drie kleine vossen - pagina 115
PRACTICISME.
111
groote dingen, toch het gevoel en de overtuiging dat het anders en beter worden moet, weer opwaakt. Op het laatst der vorige en in het begin van deze eeuw was te dien opzichte de toestand hier te lande zoo bitter, bitter treurig. Schier alle diaconieën waren ziellooze instellingen geworden, van louter administratieven aard, en alle kerkelijk, alle gewijd, alle hooger bewustzijn was uit deze colleges spoorloos verdwenen. Veel van wat vroeger gemengd kerkelijk en burgerlijk was, had de Overheid in de dagen der Reformatie eenvoudig aan zich getrokken, en tal van oude Godshuizen werden bediend door gehuurd personeel. De kerk trad er niet anders in op, dan om er een dienst te houden. De Godshuizen die aan de kerken waren verbleven, of later uit erflatingen gesticht waren, stonden meest onder regenten en regentessen, die stikten in hun ijdelheid en de hoogste bekoring vonden in het doen ophangen van hun wapenbord en hun konterfeitsel in de Regentenkamers. En het personeel dat ze in dienst namen, verschilde bitter weinig van het personeel in de stedelijke gasthuizen. Er woei geen Christelijke adem meer door deze gestichten. Het was al reglement en administratie geworden. Van een hooge opvatting van de diaconale taak viel in bijna niet één dezer stichtingen meer een spoor te ontdekken. En zonder voorbehoud moet dan ook erkend, dat de ziekenverpleging, die thans weer zoo schoone rol begint te vervullen, veel meer uit den humanitairen drang van het burgerlijk leven, dan uit den Christelijken drang van het kerkelijk leven is opgekomen. Het vraagstuk van de Vrouw hing hiermede samen. Hoewel de Schrift duidelijk leerde, dat van meet af ook de vrouw in de kerk van Christus een eigen roeping had te vervullen, sneed men onder ons elke bemoeiing van de vrouw ook op diaconaal terrein af. Men had regentessen, maar deze werden meest gekozen uit dames van hooge ja positie, die in dit regentesseschap een soort ridderslag ontvingen, en zich meest uitsluitend bepaalden tot het samenkomen in de Regentessenzaal. En, helaas, ook onder deze Regentessen noemt de landshistorie er niet één, die als tot
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's