Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 128

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 128

2 minuten leestijd

124

PRACTICISME.

Proteatantschen oorsprong is. Iets wat niet gezegd wordt, als moest op alles de ban gelegd, wat in niet-Protestantsche kerken bestaat; maar omdat onze vaderen zulk gebruik van dien naam, in verband met het orde- en kloosterwezen, destijds bij ervaring kenden, en er mee braken. Dit deden ze niet uit gril, maar krachtens het beginsel dat hen leidde. En heeft het dan pas, zulk een gebruik toch weer op te nemen, zonder zweem van schuldbekentenis, ja, onderwijl men roepen blijft tegen alle Papisme? Demogelijkheid zichzelf volstrekt niet uitgesloten, dat onze vaderen is op in de 16de eeuw zich op dit of dat punt hebben vergist, on dat ze onder den invloed dier vergissing, iets uit de toenmalige practijk veroordeelden en afschaften, wat in zich zelf prijslijk was en had moeten blijven. Doch dan worde dat ook ridderlijkweg erkend dan worde over die feil en fout schuld beleden, en dan herstelle men het afgeschafte in zijn wezenlijke gestalte. Doch dat doet men niet, eri zóó bedoelt iemand het onder ons. Men wil geen klooster, geen orde, geen confrèrie. Men wil geen gelofte van armoede, gehoorzaamheid en kuischheid. Men wil vrij blijven om, opent er zich de weg voor, te huwen. Men blijft eigenaresse van zijn eigen goed. Als men weg wil, neemt men zijn ontslag. En terwijl op die wijze juist alles ontbreekt wat vastheid en onverbreekbaarheid van band geeft, en juist daarom zich als zusterschap kon aandienen, neemt men nu bloot den Ziister-Baam over en zijn we zoover, dat men reeds in geval van krankheid zegt: Zoudt ge niet een zuster nemen? — aldus de volle uitdrukking bezigend, die alleen bij een orde past. Dit nu onderstelt een splitsing van het leven in twee deelen. Er is een heilig en er is een ongeheiligd terrein. Het eerste heet dan de kerk, en het tweede is de wereld. Nu behoort het gezin van den kranke tot de wereld, maar die verpleegster tot de kerk, en omdat in de kerk alleen broeders en zusters zijn, en dat broederschap en zusterschap hier zelfs nog een exponent ontving, is zulk een verpleegster nu niet een juffrouw of een dame, maar is ze een heihg soort vrouw, en heet als zoodanig: een zuster. Bij de erkentenis der Gemeene gratie daarentegen, is er ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 128

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's