Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 41

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 41

2 minuten leestijd

INTELLECTUALISME.

37

ten slotte heel goed wordt, vergeet het gehoor den prediker ten eenenraale, en is één en al bij Jezus. Zelfs de vraag, of de Dienaar zelf een uitverkoren vat, een reeds begenadigde, een dieper door den Geest ingeleide is, mag de gemeente niet ophouden. Keur ten deze zou alleen de kerkeraad mogen uitoefenen, en geen kerkeraad ontving van Christus de onfeilbare gave, om uitspraak te doen omtrent iemands geestelijken staat. De kerkeraad, als het goed is, kent in de Kerk des Heeren niet anders dan geloovigen en kinderen van geloovigen, en geeft voorts de mogelijkheid toe dat er hypocrieten onder zijn. Maar deze kent die hypocrieten niet. En zoodra ze door ongeloof of ergerlijken wandel zich beginnen te verraden, treedt hij op met kerkelijke tucht. Een tucht, die natuurlijk in de eerste plaats over de predikanten moet gaan, daar op hen dubbel nauw moet worden toegezien, ook om der gemeente wil. Zoolang daarentegen bij een prediker noch feil in ongeloof, noch fout in ergerlijken wandel voorkwam, houdt de kerkeraad den prediker voor een geloovige, en roemt er in, hoe meer zijn geloof in de kracht en in den gloed ook van zijn

woord mag uitkomen. Nadere onderzoekingen kan de kerkeraad niet instellen, en buiten den kerkeraad heeft niemand er het recht toe. Elk ander stelsel zou er dan ook toe leiden, dat er een keur buiten den kerkeraad om, tot stand kwam, niet door geroepenen, maar door personen die zich opwierpen en wie zou dezen dan moeten keuren? Ook zou dit stelsel er in den regel toe moeten leiden, dat men voor den Dienst des Woords niet gestudeerde personen in de kracht huns levens koos, maar personen op jaren, die, dank zij hun lange leven ;

dat ze achter zich hadden, het rijkst in geestelijke bevinding waren. En overmits nu die bevindingen toch weer gekeurd zouden moeten worden — want hoeveel inbeelding en valsche waan geeft zich niet voor bevinding uit? — en deze keur niet anders dan van het Woord Gods zou kunnen uitgaan, zouden er toch weer geoefende mannen moeten zijn, die den rechten zin van het Woord wisten aan te geven, en zoo kwam men dan, langs den omweg van bevinding, toch weer op den gebruikelijken Dienst van het Woord terug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 41

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's