Drie kleine vossen - pagina 65
MYSTICISME.
61
leden, „opgetrokken is geweest in den derden hemel." Een openbaring, die zoo raadselachtig toeging, dat hij zelf er bijvoegt: „of het mij overkomen is in het lichaam of buiten
het lichaam weet ik niet." Maar al wist hij zelf niet te zeggen, of hij met lichaam en ziel, of enkel met de ziel, was opgeheven, stellig en beshst vertelt hij ons, dat hij „opgetrokken werd in het Paradijs", en dat hij in dat Paradijs „gehoord heeft onuitsprekelijke woorden", zulke woorden „die het een mensch niet geoorloofd is te spreken." (2
Cor.
12:1—4).
gelijk sommigen beweren, terugslaat op het gebeurde op den weg naar Damascus. dan wel op een gansch andere openbaring, blijve hierbij in het midden; doch vast staat door deze verklaring van den apostel, dat hem iets geheel buitengewoons overkomen is, iets buiten de gewone orde der dingen om, en iets waarin hij gevoelde als in een teeken van bijzondere genade te mogen roemen. Toch bleef Paulus ook daaronder zichzelven volkomen meester. Zijn God zorgde voor zijn ziel. Hij gevoelde zeer goed, dat zulk een openbaring hem tot hoogmoed en zelfverheffing verlokte. Of moest hij niet een geheel buitengegewoon persoon zijn, als zoo iets hem boven anderen ge-
Of
dit,
gund werd?
En hierin nu is het onderscheid tusschen een apostel als Paulus en het kranke Mysticisme: De kranke Mysticus geeft aan die neiging tot geestelijke zelfverheffing toe, de heilige apostel bestrijdt die ook in zijn hart opkomende gezindheid. Hij wil wel roemen, maar niet op dwaze manier. „Zoo ik roemen wil," dus gaat hij voort, „ik zal niet onwijs zijn."
Want
verzwijgt
het
hij gaat er opzetgeen opspraak te maken. „Ik zal de waarheid zeggen, maar voorts houd ik daarvan af, opdat niemand van mij denke boven hetgeen hij ziet dat
telijk
al
hij
niet verder op in,
ik ben, of dat hij uit mij
Meer nog,
feit zelf niet,
om
hoort." (vs.
hem
6).
misschien de zucht naar zelfverheffing zou hebben medegesleept. Maar zijn God heeft voor hem gezorgd, en die zelfverheffing tegengegaan door hem een scherpen doorn in het vleesch te geven. „En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet hij
erkent,
dat
zelf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's