Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 80

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 80

2 minuten leestijd

76

PRACTICISME.

beide op doen^ op loerken^ op het brengen van offers dringen, maar toch gaapt er, ook bij die schijnbare gehjksoortigheid, tusschen beide een zeer in het oog loopend

dat

verschil.

komt dan ook

den tweeërlei naam, dien men toen Toen sprak men van: goede ïverken, nu van Christelijke werkzaamheden. Verwante, maar toch ook weer twee geheel uit elkander loopende begrippen. Werkheiligheid doelde op het verzekeren van onzen staat op het verwerven van waarborg voor zijn hemelsche zaligheid, op verdienste en loon bij God. De werkheiligheid gold een diep religieus vraagstuk, t.w. de juiste verhouding tusschen geloof en geloofsvrucht. Vooral tegen het Sold fide (door het geloof alleenlijk) van Luther kantte ze zich aan en zocht haar rechtvaardiging Dit

en

nu

aan

deze

uit in

iverken gaf.

soms diepzondige, zelfzuchtige en liefdelooze leven van wie, star en strak in het belijden, roemde in de in het slordige,

algenoegzaamheid van

Maar

zijn geloof.

school hieronder ook zucht naar heiliger leven, toch bleef het een hoofdkenmerk van dit streven, om hier te verdienen wat hiernamaals bate zou afwerpen. De werkheiligheid mocht er ook op uit zijn, om zich zelf te voldoen, en een indruk van vroomheid te maken, toch was ze in haar diepste wezen bedoeld als instrument ter zaligheid. En dit nu is bij wat wij het Practicisme noemen, zoo heel anders. Vooral in het buitenland zijn er heel wat kringen van Christenen, die over de vraag, hoe men zalig zal worden, ter nauwernood meer bekommerd worden. Dat er wezenlijk een eeuwig verderf zou zijn, gelooven ze niet meer. Ook na den dood zet zich h. i. het werk der bekeering voort, en althans wie eenmaal zich bij de Christenen gevoegd en Jezus beleden hebben, behoeven voorts over hun eeuwige zahgheid geen zorge meer te koestei'en. Hun zaligheid moge na hun dood nog van minder gehalte zijn, of ook nog uitgesteld worden, ze vormt geen onderwerp van ernstige bespreking, laat staan van vreeze en angst meer. Wel leggen dezulken op de werkzaamheid van den Christen zeer bijzonderen nadruk, maar met de hope der eeuwige al

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's