Drie kleine vossen - pagina 113
PRACTICISME.
deze
niet
maar
bij
bij
109
de Gereformeerde kerken der eerste periode,
die der tweede.
In de dagen der Reformatie zou niemand er aan gedacht hebben, de toen bestaande ziekenverpleging te doen vervallen, indien die ziekenverpleging niet bijna overal aan het klooster- en ordewezen ware verbonden geweest. Doch nu dit feitelijk zoo was, kon het niet anders, of de scherpe resolutie, die tegen het kloosterwezen als zoodanig uitging, moest ook de organisatie die voor ziekenverpleging bestond, te niet doen. Dit was de eenvoudige logica der feiten, waarop elke critiek afstuit. Wie dan ook ten deze zijn critisch scalpeermes niet doelloos bot wenscht te schuren, zou zich moeten keeren tegen de veroordeeling van 't kloosteren ordewezen, maar niet tegen het loslaten van de gasthuizen. Wat daarentegen wel te veroordeelen is, ligt hierin dat de Gereformeerde kerken, toen ze, na lange en bange worsteling, eindelijk rust en vrede hadden verkregen, niet verstaan hebben, hoe het diaconale wezen o. m. ook de wederopneming van de ziekenverpleging, nu op een wijze die met onze beginselen strookte, eischte.
En
dat nu
we
is
niet geschied.
op wezen, er is na de Synode van Dordrecht, en vooral na 1640, een conservatisme over onze Gereformeerde kerken gekomen, dat alle verdere levensGelijk
er herhaaldelijk
ontwikkeling heeft afgesneden. Men had nu verkregen wat men begeerde, maar was moede, doodmoede van de lange worsteling. De bacil van het intellectualisme eenerzij ds, en van een daarvan afgescheiden mysticisme anderzijds stak allerwegen de kerken aan. En toen is er zoo min in de 17de als in de 18de eeuw ook maar één man met machtigen geest opgestaan, die de kerken op de groote taak, die haar nog wachtte, met heilige bezieling
gewezen
Mammon
heeft.
hierin spookte, is duidelijk. Ware ons volk beide eeuwen een arm volk geweest, zoo zou de nood bidden en werken geleerd hebben en aller geest zou gescherpt en gestaald zijn. Maar gelijk de goudmijnen van den Rand zoo onnoemelijk veel in Transvaal bedierven, zoo bedierven hier de zilvervloden, en nog meer de bergen gouds
Dat
in
die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's