Drie kleine vossen - pagina 66
62
MYSTICISME.
zoude verheffen, zoo is mij gegeven een scherpe doorn in het vleesch, namelijk een engel des Satans die mij met vuisten sloeg, opdat ik mij niet zoude verheffen. Dit moet, blijkens het verhaal, saamgevallen zijn met die wonderbare openbaring, of althans kort daarna gevolgd zijn. Zoo kwam de apostel in angst en nood. In stee van te roemen, ging hij in zijn angsten smeeken. De biddende gestalte kreeg vv^eer de overhand. „Hierover heb ikdenHeere driemalen gebeden., opdat Satan van mij zoude wijken." Toen kreeg hij ten antv^oord „Mijne genade zij u genoeg, want mijne kracht wordt in zwakheid volbracht." En zoo kwam Paulus tot het zielsbesluit, om die openbaringen niet op den voorgrond te schuiven „Zoo zal ik dan veel Kever i'oeraen in mijne zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone," (VS. 7, 8 en 9). Juist dus het omgekeerde van hetgeen ge bij het Mysticisme waarneemt. De mystiek-kranke zinkt al meer in het gepeins over zulke „gezichten en openbaringen" weg. Of ze waar of ingebeeld zijn, onderzoekt hij niet eens. Hij geeft er zich aan over. Hij zoekt er het een en al in. Hij vertelt ze, en verhaalt ze, en smukt ze onder het vertellen nog op. hij En ten slotte wordt hij voor zijn eigen besef een geestelijk buitengemeen bevoorrecht mensch, in eigen oog een buitengewoon voorwerp van openbarende genade, en het streelt hem, zoo hij merkt, dat ook anderen, ter wille van die openbaringen, hem als een bijzonder kind van God eeren. Dit is hier de practische wigge tusschen het echte en het valsche., maar dan ook juist de wigge die de zaak uitwijst. Toen er in verband met Gods Bijzondere Openbaring instrumenten noodig waren, die buitengewone openbaringen ontvangen moesten, heeft God hun tevens het tegengif geboden, opdat ze niet het geestelijk slacntoffer zouden worden van hun buitengewone roeping. Zij daarentegen, die wandelen in inbeeldingen van gezichten en openbaringen, kennen dat gewicht aan de klok niet, missen dat tegenwicht, en geven zich dientengevolge zoo goed als altoos, zij het ook met verschil van graad, aan geestelijken hoogmoed en aan :
:
geestelijke zelfverheffing over. Vrij zeker mag men het opkomen
van het Mysticisme
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's