Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 61

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 61

2 minuten leestijd

MYSTICISME.

57

Maar

als ge aan den levenden mensch toekomt, heeft dit Als de rechter van instructie stuit op iemand die den stomme speelt, kan hij niets uit hem krijgen. De mensch heeft het vermogen zich te openbaren, en het vermogen om zich verborgen te houden. Zelfs het vermogen, om door veinzen te kunnen misleiden. Maken we nu den overgang van den mensch op God over de engelen. Ge gelooft dat er engelen zijn, ge gelooft dat ze werken, ge geeft toe dat ze ook op u kunnen werken. Vooral van den boozen engel, die Satan heet, weet ge dit maar al te goed. En toch, uitgezonderd die enkele gevallen, ons in de Heilige Schrift bericht, van engelen die verschenen zijn, ontbreekt u elk middel om de engelen te bespieden, te ontdekken, waar te nemen. Ge weet wat u van en over hen gezegd is, maar de engelen zelve ziet, hoort en kent ge niet. Een engel kan zich openbaren; en een enkele maal is dit geschied; maar een engel kan zich ook verborgen houden, en dit is de regel, en daar staat ge machteloos tegenover. Wilt ge dit nu toch forceeren, dan kunt ge enkel met uw verbeelding gereed komen. Ge kunt u dan voorstellen^ dat een engel er zus en zoo uitziet, dat hij dit en dat u uit.

maar dat En het eind

influistert,

spel.

is is

alles spel der verbeelding. Misleidend

en

blijft,

dat de engelenwereld door is afgescheiden.

een ondoordringbaar gordijn van u

En nu het Eeuwige Wezen. opzichte van het Eeuwige Wezen beschikt ge over één enkel middel om het waar te nemen of te ontdekken, tenzij God zelf u dit middel aan de hand gaf. Maar dit staat vast, dat geen enkel schepsel ooit iets van God ontdekken, begluren, of gewaarworden kan, tegen zijn tvil, sterker nog, nooit anders dan met en door zijn wil. Uit dien hoofde is er nooit eenige kennis of wetenschap van den Almachtige dan voor zoover Hij dit zelf wil en bedoelt, zelf u de kennis en wetenschap geeft; dus, kort gezegd, dan voor zoover Hij zich openbaart. Nu heeft God zich willen openbaren, en Hij openbaart zich nog. Hij openbaart zich oixlat wij Hem kennen zouden. En dientengevolge is het zonde, zoowel om, als God zich 4

Ten

niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 61

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's