Drie kleine vossen - pagina 114
110
uit
PRACTICISME.
handel en scheepvaart opgetast, de wakkerheid van geest.
Wie 1672 met 1572 vergelijkt, heeft zelfs met het vergrootglas moeite, om in de geesteskinderen van Cats de zonen der geuzen van 1 April te herkennen. Alles is gemakzuchtig geworden. Tevreden met het heden, kende men geen hooger ideaal meer. Het was al pays en vree, maar ook al één bourgeoisie satisfaite, en, wat boozer nog was, éen e^/ise satisfaite geworden. Een voldane kerk. Een kerk, die waande er te zijn en haar roeping vervuld te hebben, en die nu werkeloos, willoos en zielloos zitten bleef op het verkregen monopolie van „orthodoxie" en „Staatskerk". De Schotten, die armer waren, en daardoor frisscher bleven, zijn ons toen met hun vertaalde werken te hulp gekomen en in Comrie kwam een Schot herwaarts, die nog even in de IS^le eeuw de smeulende vlam aanblies, maar toch ook hij zonder broeder blik, zonder nieuw inzicht, enkel bevangen
dogmatische geschillen van tweeden rang. 1672 is het in ons toenmalig kerkelijk leven op niet een punt tot verdere ontwikkeling gekomen. Dat ook de Overheid hieraan schuld had, merkten we telkens op. Zij heeft dat inslapen der kerken opzettelijk gewild, en was er mee ingenomen, dat ze zoodoende van haar concurrente minder last had. Maar een bezielde, een fiere, een zich harer roeping helder bewuste kerk, zou tegen dien Overheidsband gereageerd hebben. En dat juist hebben de kerken niet gedaan. Plet zilveren koord bond en beklemde. Overheidsgunst was instnimentum regni. Daaruit is het dan ook te verklaren, dat het instituut van de Diaconieën, dat onze Gereformeerde kerken bij haar optreden zoo krachtig op den voorgrond schoven, nooit aan zijn kinderschoenen ontwies. Het werd aldus door stilstand in zijn ontwikkeling al spoedig ontzield, en maar al te spoedig verlaagd tot een in
Na
gewoon bedeelings-instituut, zich trotsch aanstellende in de liefhebberij der stichtingen. Dat werkt zelfs Genootschapskerk, dankbaar erkend, weer begint op te
thans nog na. En zulks niet alleen in de maar even goed nog onder ons al mag dat het diaconaal besef onder ons toch leven, en dat, al is men nog niet bekwaam ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's