Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen - pagina 160

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen - pagina 160

2 minuten leestijd

156

BESLUIT.

hooger peil zoeken op te voeren. Ze leven althans onder den indruk, dat een Christen iets anders en iets meer moet zijn, dan een gewoon, braaf, burgerlijk mensch. En dat nu juist ontbreekt bij hun tegenvoeters zoo geheel. Deze leven in de oppervlakte. Ze gaan op in het gewone, alledaagsche doen. Ze willen van geen inspanning weten. Zelftevredenheid met hun gansch ordinair bestaan belet hun de vleugelen uit te slaan. Hunner is een leven zonder verheffing, zonder ideaal streven en pogen. Gelijkvloers zijn ze geboren, gelijkvloers leven ze, en gelijkvloers ziet ge ze eens wegsterven. Ze stellen in niets meer dan oppervlakkig belang. Te gelooven kost hun geen moeite, omdat ze strijd noch worsteling van het denken kennen, en meest gelooven op hooren zeggen, in algemeene termen, zonder eenige bepaaldheid. Geen enkel stuk der waarheid hebben ze ooit tot op den bodem doorgedacht. Vandaar, dat het indringen van de waarheid in hun persoonlijk leven hun ook vreemd is. Zonde belijden ze. Dat doet immers een ieder. Maar kennisse van zonde, zoodat ze onder de wet zijn gevallen, en in Adam, zijn verzonken, schijnt hun ijdel geklank. Daar verstaan ze niets van. Ze moeten liefhebben, en ze hebben hun naaste dan ook lief; maar wat het mysterie der liefde in de verborgenheid der ziel, in de gemeenschap met den Heiland, en in den verborgen omgang met hun God is, werd nooit aan hun ziel ontdekt. En door dat gemis aan kennis, en door dat gemis aan diepte van zielsleven, hgt er ook over hun uitwendig leven iets hards en onaandoenlijks. Zucht, lust om zich bijzondere offers te getroosten, om zich bijzonder in te spannen, om even buiten den gewonen kring van het leven te gaan, is hun ten eenenmale vreemd. Ze gaan naar hun werk, en ze komen van hun werk. Ze gaan slapen en ze staan 's morgens weer op. Ze bidden als ze aan tafel gaan, en ze danken als de dag om is. Ze lezen in de Schrift en gaan ter kerke. Tot op zekere hoogte is er niets op hen aan te merken. Alleen maar, is er geen brandende liefde Christi die hen dringt, en daarom spreken ze nooit. Er vlamt in hun oog geen geestdrift. Er spreekt uit geheel hun verschijning en heel hun optreden zoo niets van een wente dat ze overgezet zijn uit den dood in het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's

Drie kleine vossen - pagina 160

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Abraham Kuyper Collection | 166 Pagina's