De gemeente gratie - pagina 265
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
261
DE VOLKSKERK.
haar natuurlijken levensschat, die op die wijze geheel teloor gaat. Zulk een enge kring van elkander onderling keurende personen toch, buiten
verband met hun geslacht genomen, komt ook buiten
alle
verband met
het leven der wereld te staan, en sluit zich op in geestelijke eenzijdigheid.
De
historie heeft dit telkens
opnieuw bevestigd, en krachtens het beginsel
waaruit zulk een kring opkomt, kan het ook niet anders. allerlei
benaming
als
Zij die
zich onder
Plymouth brethren hebben afgezonderd, hebben kras
en scherp de Volkskerk bestreden als een stuitende vervalsching der echte kerk-idee,
die
op Satanische paden had geleid. Maar
„volkskerk" met elkander verwarrende, hebben
hierbij
ze zich
„kerk" en
toen tegen elk
begrip van „kerk" in beginsel gekeerd, en willen ze thans niet anders
vormen dan hoe
ze,
juist
geplaatst, en
„lieve
vrome gezelschappen." Doch de uitkomst toont dan ook
door deze misgreep, zichzelven buiten de beweging hebben
wel op
lieflijken
vrede voor de eigen
overigens in alle landen geïsoleerd staan,
ziel
bedacht
zijn,
maar
en zich van eiken invloed op
den gang van zaken hebbeu beroofd.
Met
kan de strijd tegen de Volkskerk worden aangebonden, wanneer men tegenover het begrip der Volkskerk een beter, zuiverder, meer Schriftuurlijk „begrip van kerk" vrucht, en hoop op beter gevolg,
eerst dan
overstelt;
varen
;
bij
dit
kerkbegrip aan de Verbondsgedachte recht doet weder-
niet enkel op het individu,
maar ook op den samenhang van mensch
en mensch in het organisch verband der geslachten
let;
en voorts duidelijk
aanwijst op wat wijze de kerk van Christus, als ze haar natuurlijke grenzen
weer aandurft, nochtans voor het gemeen menschelijk leven ten zegen kan zijn. En dit nu is daarom alleen op Calvinistisch standpunt mogelijk, omdat alleen de Gereformeerden helder het onderscheid hebben ingezien tusschen de „particuliere genade" en de „gemeene gratie". Zoolang men voor dit onderscheid het oog sluit, kent men geen genade dan binnen den kring der kerk, en wordt men dus wel verplicht, alle landgenooten, zoo mogelijk, binnen den kring der kerk op te nemen, wil men het burgerlijk leven niet overlaten
aan demonische machten. Dit laatste
is
niet
overdreven.
De
zonde werkt vloek, en waar de vloek heerschappij oefent, werken de duivelsche machten onbelemmerd.
Kan nu
alleen
genade den vloek keeren,
en de overmacht van het demonische tegenhouden, dan
is
het duidelijk,
dat van tweeën één moet geschieden: óf dat er genade moet werken ook buiten de kerk, óf wel, dat al wat buiten de kerk staat of er niet in kan
opgenomen, van genade verstoken, en alzoo willoos en machteloos aan den vloek onderworpen blijft. Het dusgenaamde exorcisme is dan het natuurlijke
middel door de kerk aangewend,
weer een
stuk,
om
deze macht te breken en telkens
een deel van de wereld aan den vloek te onttrekken, en
onder de genade te brengen. Zelfs de plek gronds moet dan gewijd worden, wat ook wat den bodem aangaat, bestaat de wereld uit twee deelen het :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's