In Jezus ontslapen - pagina 285
269
„TOT PRIJS ZIJNER HEERLIJKHEID".
Een zang waar geen ziel aeliter zit, zooals men vaak in de Oratoriën hoort zingen, of ook een woord van prijs, waar geen liart zich in uitspreekt, gelijk ge dit van dorre rechtzinnigen soms pijnlijk hol n hoort tegenklinken ja dat is de zingende en sprekende onwaarheid waarmee men het heiligste ontheiligt. Dan duizendmaal heter de stille lof voor God in de ziel gefluisterd dan de luidende schel van het holle metaal. Maar toch dan eerst als de ziel de lippen welsprekend en de tong los maakt dan eerst als het hart zich in de stemme des lofs ontledigt, en aan de innerlijke beweging van het gemoed zich het woord der aanbidding en het gelianh des lofzangs paren, is het menschelijk tribuut van den lof en den prijs des Heeren volkomen. In den beginne was het Woord. Door dat Woord zijn alle dingen geschapen zienlijk en onzienlijk. In het Woord genereert de Vader eeniglijk den Zoon van zijn welbehagen. En daarom is ook aan ons menschen, overmits we naar den Beelde Gods geschapen zijn, dat ivondere woord, het woord dat psalmzingt en het woord dat getuigt, gegeven, om al de wonderen des Heeren te vertellen en zijn lof uit te spreken. In het leliezaad schuilt de lelie die straks uitkomt, maar dan pas als de knop eerst gezet, en dan bloem ontloken is, wordt in dien geurenden en blankwitten kelk de grootheid des Scheppers openbaar. Zoo nu is in ons hart, in onze ziel, in ons gemoed het leven in kiem en eerst als wat de ziel vervult naar buiten in het geklank des lofs uitgaat ontplooit zich de leliekelk van ons innerlijk leven, en spreidt de pracht van zijn innerlijke heerlijkheid ten toon. En daarom de prijs de lof des Heeren die in de stem des menschen uitgaat, is van allen lof de voleinding, de volmaking van allen prijs, dien God van zijn schepsel zoekt. Nu nog hebben de engelen het op ons vooruit dat ze in hun geestelijk wezen zuiverlijk aanbidden aanbidden met een volkomen beweging des geestes. Dat derven Gods kinderen op aarde nog. Onzuiver is en blijft tot aan ons sterven de zuiverste drang der liefde, die naar God uit ons binnenste opklimt. Ook onze gebeden roepen om verzoening, zullen ze bestaan kunnen voor den Heilige. Die onzuiverheid nu valt met het sterven weg, als het lichaam en daarin is de der zonde door den dood wordt afgeschud voorloopige heerlijkheid van Gods kinderen die van ons gingen, dat ze in de ziel nu heilig, in de ziel nu zuiver, bewegingen der aanbidding kennen, die door geen zonde meer zijn ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
bevlekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's