In Jezus ontslapen - pagina 75
63 dien gij verdiend hadt, door Jezus in uw 'plaats ondergaan is, zoodat hij stierf voor u, en alzoo stierf dien dood dien (jij hadt moeten sterven? Zoo ja, hoe komt het dan, dat gij toch ook sterft? Zoo de borg betaalt, betaalt toch hij, die den borg stelde, zelf niet. Eenzelfde straf wordt toch niet tweemaal afgevergd. Van nature en naar Gods scheppingsordinantie zoudt ge niet gestorven zijn, maar zonder dood en zonder sterven in hooger heerlijkheid zijn veranderd. Toen is om en door de zonde de dood als straf voor die zonde in de wereld gekomen. Daardoor alleen. Enkel als straf. Heeft nu Jezus die straf van het sterven, die straf van den dood, voor u gedragen, en dat gelooft ge volgt daaruit dan niet, dat gij dan van dien dood ook af zijt, dat die dood op u geen recht meer heeft, en dat gij, als die dood ook bij u aanklopt, hem af kunt wijzen met den kwijtbrief, die toont hoe lijden noch sterven meer voor uw rekening komt, overmits die heide door Jezus voor u en in uw plaats vol-
—
—
daan zijn? De dood is dan ook, volgens de Heilige Schrift, door meer dan één van Gods heiligen niet ondergaan. Yan Henoch staat geschreven,
niet
dat
hij
stierf,
gelijk
de overige patriarchen,
maar dal God hem wegnam, en dat hij dientengevolge er niet meer was. Ook van Elia lezen we, dat hij opvoer in vurige wagenen met vurige paarden. Jezus sprak tot Petrus van Johannes: Indien ik lüil^ dat hij blijve, totdat ik kome, wat gaat het u aan? Een zeggen, wat evenzoo de mogelijkheid stelt van een zonder sterven overgaan in de heerlijkheid. En de apostel zegt ons niet alleen op de meest stellige wijze, dat zij, die Jezus belijden zullen in de ure als hij wederkomt, niet sterven zullen, maar veranderd zullen worden, doch laat tevens duidelijk doorstralen, dat hij het, o, zoo heerlijk zou hebben gevonden, indien aan hemzelven dat hooge voorrecht ware ten deel gevallen.
Naar het plaatsbekleedend sterven van Jezus zou het zoo moeten; uit wat we aanhaalden, blijkt dat het Ican. En zoo is de vraag van den Heidelberger niet te ontwijken: Indien dan Christus voor ons gestorven is, hoe komt het dat wij nochtans ook zelven sterven? En nog steeds is op die vraag geen juister antwoord gevonden dan wat de Heidelberger zelf er op geeft: Onze dood is geen betaling voor onze zonde, wel een afsterven van de zonde en de doorgang tot het eeuwig leven. ^
Het
blijkt hieruit duidelijk, dat
ontslaapt,
niet den
wie in zijn Heere en Heiland den zin van Gen. II 17,
j,dood sterft^^ in
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's