De gemeente gratie - pagina 230
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE IN ONZE OPVOEDING.
226
Roert ge er in met staak of stang, dan staat terstond de vlam weer en moet er w^eer water op gespoten. En al naar gelang er weer zuurstof bij komt of de zuurstof van de lucht er van geweerd wordt, vlamt het vuur op of smeult het alleen inwendig. En zoo nu ook is het met ons voort. uit,
De vuurgloed der zonde
hart.
er
zit
in,
en slaat
uit of
wordt ingehouden,
naar gelang van hetgeen onze omgeving er op werken doet. Is dat
al
dan wordt de zonde onderdrukt; is dat zuurstof, dan vlamt de juist naarmate het eene of het andere plaats
stikstof,
zonde in ons weer op. En grijpt,
werkt
in ons, of
werkt niet de gemeene
gratie.
Geheel afgescheiden
die de voleinding der zonde
ook van de mystieke werking in ons hart,
tegenhoudt, werkt de gemeene gratie ook door de uitwendige invloeden, die
uit
en
mag
herkomst en geboorte, het nu zoo
zijn,
uit
opvoeding en omgeving ons toekomen;
dat deze gezamenlijke invloeden op
uw
persoon
ten goede werkten, dan hebt ge ook in alle deze dingen middelen te zien, waarvan God zich bedient, om de zonde in u ten onder te houden. Die
middelen
zijn
dan de vrucht van de gemeene gratie die
ouders en omgeving werkte, maar tevens
waarvan God
zich bedient,
en te temmen
in u.
om
zijn ze zelve
in
u voorouders,
de instrumenten,
door gemeene gratie de zonde te stuiten
XXX. Beroep en Levenslot'.
Door groote
luiheid verzwakt het gebint, en door slap-
heid der handen wordt het huis doorlekkende.
Pbed. 10: 18.
De graad van tot 1".
kracht,
uiting brengt, hangt
van onze herkomst
waarmede onze zondige natuur de zonde dan, gelijk
uit
we
zagen,
van de omgeving, waarin we
voegen
we
zijn
3*'.
bij
ons
op zekere hoogte af
het vaderlijk en moederlijk geslacht,
onze geboorte uit die en die bepaalde ouders, 4".
tot
2".
van
van onze opvoeding, en
opgegroeid van kind tot man. Thans
hieraan toe ons beroep en ons
beide factoren van onze persoonsvorming
bij
lot.
Niet natuurlijk
om
deze
het licht van Gods bijzondere
Voorzienigheid te beschouwen, maar ten einde te doen uitkomen, hoe ook beroep en
lot
vaak middelen
werking van het zondegif
in
zijn
waarvan God
zich bedient,
om
de door-
ons te temperen. Alleen door die tempering
toch vallen ook deze beide factoren onder de gemeene gratie.
De keuze van
zijn
beroep staat volstrekt niet in ieders eigen macht, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's