De gemeente gratie - pagina 507
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
503
DE ZONDVLOED EN DE ARKE. dat ook de mensch zelf actief zou optreden.
En
gelijk Hij wil, dat
de zonde
ons hart niet alleen door Hemzelven zal belet worden, zoo schriklijk
in uit
breken, maar dat wij ook zelven haar door geestelijke middelen
te
tegenstaan en bestrijden zullen, zoo ook wil Hij, dat wij menschen sterken
tegenstand tegen de ellende zullen doen, en Hij zelf
is
het, die ons daar-
voor de middelen aanwijst en ze ter onzer beschikking lijkst
komt
Het duide-
de ellende van den Zondvloed. Die Zondvloed
was
de schriklijkste uiting van ellende, die dusver ooit op aarde ge-
ellende,
leden
dit uit bij
stelt.
is,
en wier mate van jammer eerst in de vreeslijkheid na den
oordeelsdag zal geëvenaard worden en zal worden overtroffen. Die Zondvloed
was een
oordeel,
dat zelfs het bijzonder karakter van een recht-
En zoo ook was die Zondvloed een straf, want was van Gods wege beschikt tot verdelging van de goddeloozen. Dit nu stelt de vraag Was Noach, omdat hij God vreesde, uit dien hoofde streeksch oordeel droeg. die vloed
:
vanzelf van die ellende des vloeds vrijgesteld? Zoo vat
men
het vaak op,
meê maar geheel verkeerdelijk. vergaan en omgekomen alle kleine kinderkens, die persoonlijk nog niet tot een keuze voor of tegen God hadden kunnen komen. Niemand mag dus zeggen, dat allen die in den Zondvloed omkwamen, omkwamen om hun Vooreerst toch
zijn
in
dien Zondvloed
persoonlijke verharding tegen den Almachtige. In de tweede plaats
is
niet
Noach gered, maar ook zijn vrouw, en Sem, Cham en Japhet met hunne vrouwen. Zal men nu zeggen, dat Cham gered is om zijn persoonlijke godvreezendheid ? Immers neen. Maar wat bovendien alles afdoet, de voorstelling alsof de gemeene ellende de vromen verschoont en alleen de alleen
wordt principieel door de Schrift weersproken, en door aUe ervaring gelogenstraft. Ten deele lijden juist wie God vreezen meer en banger. De Knecht Gods is de Man van smarte. AUes weerspreekt alzoo
goddeloozen
treft,
de voorstelling alsof de redding van Noach uit den vloed in hoofdzaak zijn godsvrucht bedoelde. Die redding had veel hooger en
belooning van
Ze bedoelde de voortplanting van het menschelijk geslacht,
rijker bedoeling.
de behoudenis van Gods kerke, en de redding van de eere Gods in het doorzetten van
zijn
wereldplan.
geweest, zoo Noachs gezin datzelfde toch vreeselijke
Doch wat vloed,
meê
Op
zichzelf zou er niets
vreemds
in zijn
den vloed ware omgekomen. Geheel
in
telkens en telkens geschied, als over steden en landen
is
God vreesde toch meê omkwam. we nu? De Zondvloed komt. God zendt en beschikt dien
oordeelen uitgingen, en wie zien
en van
Hem
gaat het bestel
uit,
vloed zoo doodend en moordend zal
waardoor de uitwerking van dien Moet nu Noach zich lijdelijk en
zijn.
machteloos aan dien komenden vloed onderwerpen? Is met slappe handen verdrinken, en zijn gezin zien verdrinken, de pUcht die
wege
En dan antwoordt de Schrift: Neen, en nogmaals Noach moet zich tegen dien vloed te weer stellen; hij
gesteld wordt?
neen. Integendeel,
hem van Gods
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's