De gemeente gratie - pagina 389
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VOORZIENIGHEID EN SCHEPPING.
zich regelt alleen naar het Raadsbesluit en
gebonden
besluit
385
aan niets dan aan dat Raads-
maar dat de Voorzienigheid gebonden
is,
is
aan twee
dingen: ten eerste aan dat Raadsbesluit, maar ook ten tweede aan de
De Schepping
Schepping.
zelve
is
een onafhankelijke daad, die alleen door
het Besluit bepaald w^erd; de Voorzienigheid w^ant
ze
bepaald door de
is
daarom, zoo men,
gelijk
vaak geschied
durende Schepping voorstelt.
is
een afhankelijke handeling,
voorafgaande Schepping. Verkeerd is,
Men denkt
is
het
de Voorzienigheid als een voort-
zich dit
dan
zoo, dat in het eerste
oogenblik de dingen er kwamen, door Gods wil en woord, en dat ze ook
daarna elk oogenblik,
God
als
ditzelfde
opnieuw
vergaan, maar
wil, eerst
telkens opnieuw ontstaan, alleen zonder dat wij dit bespeuren, eenvoudig wijl die
overgang van oogenbhkken zoo
onjuist,
voor ons noch
pijlsnel gaat, dat er
scheiding noch overgang in te ontdekken valt. Dit
echter ten eenemale
is
overmits het de continuïteit der dingen vernietigen zou. Er zou
zoo nooit iets toch weer
bij
En En waar
Alles zou slechts worden.
zijn.
het Pantheïsme uitkomen.
feitehjk dit
nu
dingen nog onverschillig zou kunnen heeten, zoo zou dit
zouden we dan de stoffelijke
bij
bij
de geestelijke
wezens opnieuw op de algeheele ondermijning van de zedelijke verantwoordelijkheid neerkomen. Mijn ik van nu zou toch niet hetzelfde zijn als het ik van gisteren. Het ik dat gister zondigde zou mij alzoo niets aangaan. Zelf zou ik slechts dat
weer onder
ééne ondeelbare oogenblik bestaan,
om
terstond
en in dat ééne ondeelbare oogenblik zou voor het geen tijd zijn. Als telkens vernieuwde schepping mag daarom
te gaan,
zondigen zelfs
De Voorzienigheid moet aan de van de Schepping afhankelijk worden gesteld, en moet de roeping hebben om hetgeen in de Schepping ontstond in stand te houden. De Schepping geeft het ontstaan, de Voorzienigheid het bestaan de Voorzienigheid niet verstaan worden.
Schepping gebonden
blijven,
der dingen. Alleen zoo
wereld verloop van
op lijk
als
is
historie,
de wereld werkelijk,
is
er in
die werkelijke
en treedt op die wereld de historische mensch
één saamhangend geslacht, en
in dit geslacht
een reeks van werke-
bestaande, en daarom verantwoordelijke persoonlijkheden.
Hieruit nu volgt tevens nog iets anders, dat gemeenlijk niet helder genoeg wordt ingezien. Is namelijk het ontstaan der dingen de Schepping, en de Voorzienigheid niets anders dan het doen bestaan, voortbestaan en
voortgaan der dingen, dan volgt hier vanzelf uit, dat er bij het eerst en eens geschapene nooit iets bijkomt, en dat er nooit iets van afgaat. Kwam er iets bij, dan zou de Voorzienigheid een aanvullende Schepping worden, en ging er
iets af, zoo zou de Voorzienigheid niet doen voortbestaan, wat de Schepping tot aanzijn kwam. Het wonder mag alzoo nimmer in dien zin verstaan worden, alsof er door een tAveede Schepping, iets wat er niet
in
IL
25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's